SIRE, ER ZIJN GEEN VELDRIJDERS MEER: TIM MERLIER NATIONAAL KAMPIOEN IN GENT

GENT –Tim Merlier: die hadden we nog niet gehad. Of toch wel, vorige week liet hij zien hoe snel zijn benen wel zijn aan het eind van de Elfstedenronde. De rest van zijn erelijst is niet meteen om van achterover te vallen: winst in de Grote Prijs van de stad Zottegem in 2016 en in de derde en vijfde rit van de Ronde van Denemarken één jaar later en, in het veld: geen enkele zege als prof. Toch is de man uit Wortegem-Petegem geen ‘kleine nationale kampioen’. Niet toevallig treedt hij in de voetsporen van zijn ploegmaat Mathieu van de Poel en zijn vriend Wout Van Aert, die derde werd in Gent. Sire, er zijn geen veldrijders meer of moeten we zeggen ‘Help, waar zijn de wegrenners?’

Zoals elk nationaal kampioenschap kon ook het scenario van dit BK op voorhand worden voorspeld al kwam de vroege ontsnapping pas na een uur wedstrijd tot stand bij de tweede doortocht in de Paddestraat. Wie anders dan Remco Evenepoel maakte er deel van uit, samen met Jelle Wallays, Dries De Bondt en Stan Dewulf? De plaatselijke ronden waren zo vlak als maar kon. Evenepoel zoekt echter de hellingen op en demarreerde dan maar keer op keer op een brug, de enige oneffenheid op de omloop. Dewulf haakte hierdoor af, waardoor Wallays zijn ploegmaat verloor – en nog meer als een dood voorwerp aan het wiel van Evenepoel ging hangen. Twaalf kilometer voor het einde was alles te herdoen en in een onoverzichtelijke spurt haalde Merlier het voor Dupont en Van Aert.

Straf verhaal toch dat van Tim Merlier (26). Vorige maand reed hij nog met een zwarte trui, nu wordt hij geprezen als dé spurter van het peloton. ‘Ik zag plots het bordje van de laatste 250 meter hangen’, beschrijft hij zijn spurt. Ik vroeg me af of ik niet te vroeg had aangezet. Toen ik achterom keek zag ik dat ik een kloof had geslagen die groot genoeg was.’ Vriend en tegenstander waren hem constant aan het jennen. ‘’Jij bent de snelste. Jij gaat winnen’, werd er voortdurend gezegd. Ik werd er echt nerveus van. Daarom heb ik me laten afzakken en ben ik gaan pissen. Toen ik terug voorin zat was de finale aangebroken, begonnen de anderen nerveus te worden en lieten ze me met rust.’

‘Voor mij was dit een spurt zoals alle andere, dit wil zeggen dat ik aan het eind wel wat onzeker werd. Maar eigenlijk was het ten onrechte want mijn ploegmaats hebben mij in een ideale positie naar de meet gebracht. Ik geloofde wel in mezelf hoor. Tenslotte eindigde ik al derde in een rit van de BinckBanck Tour en tweede in een etappe van de Ronde van Denemarken . Dat gebeurt echter allemaal in de schaduw. Sinds ik vorige week blijkbaar op een vrij indrukwekkende manier de Elfstedenronde won, spreekt men plots over mij. Weet je dat ik vannacht gedroomd heb dat ik in de spurt werd geklopt door Jakobsen? Gelukkig reed die vandaag in Nederland. ‘

In een grote ronde zullen we hem wellicht nog niet meteen zien. ‘Ik heb nog geen enkele rittenwedstrijd gereden, die langer dan acht dagen duurde. Ik weet dus niet hoe mijn lichaam reageert tijdens de tweede week van een etappekoers. In de ZLM-tour heb ik toch al gespurt tegen kleppers als Kittel, Groenewegen en Greipel en ik viel niet echt uit de toon. De laatste jaren ben ik sterker geworden. Dat voel ik en dat zie je ook, niet? Mijn voorkeur gaat echter wel uit naar eendagswedstrijden.’

Of deze overwinning zijn planning gaat wijzigen met betrekking tot het weg-/veldritseizoen? ‘Dat kan ik niet op twee weken beslissen. Ik voel me goed in mijn vel maar dat was tot voor kort even anders. Ik denk dat Mario De Clercq zowat de enige was die in mij geloofde en die ervan overtuigd is dat ik een carrière als sprinter moet uitbouwen. Uiteindelijk waren het de gebroeders Roodhooft die mij onderdak gegeven. Het enige wat ik nu weet is dat ik tijdens de veldritten in een trui van Creafin zal rijden, net als de voorbije winter dus. Over mijn toekomst bij Corendon – Circus wordt binnenkort nog gecommuniceerd.’

‘DIE DAG CONGE ZAL NU WEL WEGVALLEN ZEKER’

Wat wél wijzigt is zijn programma in de zeer nabije toekomst. Morgen met name. ‘Normaal stond dan een dag congé ingeschreven maar ik zal wel beschikbaar moeten zijn voor de sponsor en de journalisten neem ik aan. Nadien wordt er sowieso rust ingebouwd aangezien er – naast de Tour – maar weinig wedstrijden zijn. Normaal rij ik mijn eerste koers op Belgische bodem in de driekleur tijdens de Grote Prijs Pino Cerami. Ik besef dat ik wat meer in het oog zal worden gehouden, ook door jullie. Een Belgisch kampioen, die in de achtergrond verzeild: dat is nieuws niet?’ Blijkbaar is het makkelijker om kampioen te worden op de weg dan in het veld? ‘Er is geen enkele cross die op een massaspurt eindigt. Maar mijn eerste liefde is nog steeds het veldrijden. Daarom ben ik wielrenner geworden. Ik stond gek van Mario De Clercq. Het kan raar gaan in het leven. Wanneer ik in Oostmalle geen nationaal kampioen bij de junioren zou zijn geworden, dan was ik wellicht gestopt.’

Een kampioen van België moet toch meerijden in de voorjaarswedstrijden? ‘Dat valt te bekijken. Onze ploeg wordt in principe enkel uitgenodigd voor de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix en dan is het maar te hopen dat ik word geselecteerd. Dit voorjaar deed ik het hierdoor wat rustiger en wellicht daarom dat ik er nu sta.’ Mogen de wegrenners nu gerust zijn dat er na Merlier geen enkele veldrijder nog met een grote overwinning op de weg gaat lopen? ‘Dat weet ik niet hoor. Mannen als Quinten Hermans en Gianni Vermeersch zouden zich ook nog wel eens een keertje kunnen laten zien.’ De dopingcontroleur stond ondertussen ongeduldig op zijn uurwerk te kijken. En hij niet alleen. ‘Vanavond moet ik nog naar het café van mijn moeder. Daar zullen nog wel wat pintjes worden getapt.’

De nieuwe kampioen kreeg niks dan lof van de nummers twee en drie uit de uitslag. Timothy Dupont: ‘Ik heb de nodige dosis pech gehad en daardoor ben ik zeer tevreden met de tweede plek. Het is geen oneer om te verliezen van deze Tim Merlier. Laat hem volgend weekend starten in de Tour en hij doet mee voor een ritoverwinning.’ Wout Van Aert kende de capaciteiten van zijn voormalige kamergenoot al. ‘De koers was niet lastig genoeg, zeker niet in de plaatselijke ronden om en rond Gent. Bovendien stond er te weinig wind om iets te kunnen forceren. Ik had begrepen dat ik bij de eerste vijf had moeten zitten bij het ingaan van de laatste rechte lijn wilde ik een kans maken maar dat lukte niet. Ik reed tussen plek zes en tien. Dat was mijn eigen schuld overigens. Achteraf bekeken misschien maar goed ook want Tim had me toch op mijn waarde geklopt. Ik ben zeker niet gefrustreerd. Mijn ploegmaats hebben hard voor  mij gewerkt, ook al waren ze maar met vier. Je kan jammer genoeg onderweg geen Belgische renners bijmaken.’

Edwin MARIËN

Pin It on Pinterest