Fabio Jakobsen doet spurtzege van vorig jaar in Scheldeprijs nog eens dunnetjes over

SCHOTEN – Fabio Jakobsen werd vorig jaar na afloop van de Scheldeprijs overladen met de ‘Wie? Wat? Hoe?’- vragen. Niemand kende toen de jonge kerel uit Zuid-Holland die, na Nokere Koerse, ook de Scheldeprijs op zijn naam schreef. Vandaag deed hij dat nog eens dunnetjes over. Met zijn snelle benen spurtte hij iedereen uit het wiel.

Het was koud en winderig vanochtend in het knusse Terneuzen: acht graden, gevoelstemperatuur vier graden en windkracht vijf. 4,5 uur later, in een overvol Schoten, wees de thermometer twaalf graden aan en baadde de Churchillaan in de zon. De organisatoren  hoopten van het predicaat ‘wereldkampioenschap van de sprinters’ af te geraken door het peloton – net als vorig jaar – door Zeeland te jagen en de plaatselijke ronden terug te brengen naar twee. Nu, een heleboel snelle jongens waren niet op het appel. Integenstelling tot De Panne slaagt de Scheldeprijs er niet om een Wereldbekerstatuut te krijgen. Resultaat: slechts tien World Tour-ploegen verschenen aan de start en ze stelden hun selectie samen met voornamelijk renners uit hun B-kern. De grote jongens verkennen de Hel van het Noorden waar ze zondag worden doorgejaagd.

Topfavorieten Jakobsen en Ackermann kwamen op minder dan 100 kilometer voor het einde ten val maar zonder erg. De wedstrijd was het aankijken meer dan waard. Er waren  verscheidene ontsnappingspogingen maar toch was een massaspurt niet te voorkomen. Tijdens de laatste ronde werd Kittel – wat is er toch met die man, hij reed constant achteraan? – opgehouden door een valpartij. Morkov baande zich met armen en benen een weg naar voor in de laatste rechte lijn. Jakobsen profiteerde en won voor Max Walscheid en Christopher Lawless. Drie landgenoten finishten in de eerste tien: Roy Kans (vijfde), Kris Boeckmans (zesde) en Jasper Philipsen (negende).

Fabio Jakobsen glunderde na afloop. Voor de start in Terneuzen zag hij er al bijzonder ontspannen uit. Hij  poseerde voor selfies en deelde gretig handtekeningen uit. Die glimlach was 202 kilometer verder nog niet van zijn gezicht verdwenen.  ‘Ik voelde op training dat het zeer goed ging.  Wanneer je de sprint bekijkt dan heb je de indruk dat het makkelijk gaat. Dat had ik vooral te danken aan Michael Morkov. Tot op 500 meter van de meet heeft hij zijn werk prima gedaan. Ik hoopte een gaatje te vinden op 200 meter en dat lukte. Ik trek nu naar Turkije en Calfornië. Misschien rij ik ook de Vuelta maar liever niet. Schrijf er wel bij dat het een geintje is.’ Jakobsen won eerder in de Ronde van de Algarve en werd dan ziek. ‘Als renner balanceer je  op het randje. Wanneer je een virus oploopt en twee procent van je krachten verliest, dan is dat heel veel. Vandaar dat ik er in Parijs-Nice niet aan te pas kwam. Terwijl ik nadien langzaam maar zeker aan krachten won, reed ik constant in dienst van een ploegmaat. Vandaag lag het anders. Ik startte met het nummer één, als favoriet. Daarom ben ik zo blij dat ik het zaakje heb kunnen afronden. Maar goed, ik vrees niemand. In maart mocht ik al een nieuw contract tekenen bij Deceuninck – Quick Step. Zoiets geeft je vertrouwen. Ik zie wel waar ik uitkom. Vorig jaar deelde ik de kamer met Niki Terpstra. Toen heb ik het verschil gemerkt tussen een sprinter en een klassiek renner.’  Ook de valpartij op 80 kilometer van het einde verontrustte hem niet. ‘Tja. Hoe kwam dat? Misschien lag er wel geld op de grond? Mijn voorvork brak. Ik moest verder met een reservefiets. Ik ben gelukkig: ik plaats me naast Kittel en Cavendish, ook jongens die hier twee keer wonnen.

Edwin Mariën

Pin It on Pinterest