Sweeck neemt weerwraak op Iserbyt en wint zijn eerste Wereldbekercross

Verslag Edwin Mariën

Gisteren, na de cross in Ruddervoorde, was Laurens Sweeck uit Booischot nog bijzonder boos op Eli Iserbyt. ‘Die man heeft niet gereden als een kampioen. Hij heeft geweigerd zijn verantwoordelijkheid te nemen. Als je de hele tijd in het wiel hebt gezeten, dan win je onverdiend’, luidde het toen. Die zat. Dan kan je maar op één manier weerwraak nemen. Door er in de volgende cross als een pijl uit een boog vandoor te gaan en iedereen op een hoopje te rijden. En dat deed Sweeck, weliswaar hier en daar geholpen door wat pech van de anderen.

Normaal hadden de renners vandaag in Rucphen (in de buurt van Roosendaal) gereden maar de organisatoren kregen het financiële plaatje niet rond. Net iets meer dan een maand geleden liet de UCI weten dat Maasmechelen de vrijgekomen plek zou invullen. Een schot in de roos. Het Nationale Park Hoge Kempen was een prachtlocatie en ook de toeschouwers waren van de partij. De Limburgers liepen uit voor de cross en hulden zich daarbij in pull en spijkerbroek.

Wie ook op het appel was: Laurens Sweeck. En hoeft het gezegd dat het aanvankelijk alweer een duel werd tussen Sweeck en Iserbyt? Halfweg reed Laurens aan de leiding met zijn twee ex-ploegmaats in zijn spoor. Iserbyt kende pech en een ronde verder reed Sweeck negen seconden voor Vanthourenhout en elf voor Van der Haar uit. Iserbyt kwam nog wel terug maar werd uiteindelijk derde. Met nog drie ronden te gaan was ook Vanthourenhout vooraan weggevallen waardoor Van der Haar tweede werd. Niels Vandeputte uit Brecht werd vijfde op 27 seconden. Jens Adams uit Minderhout eindigde achtste op 35 seconden, Toon Vandenbosch uit Malle negende op 39 seconden.

Sweeck: ‘Ik ging er onmiddellijk vandoor en besefte meteen dat ik geen moment mocht twijfelen. Het was zaak om mijn eigen tempo te rijden en te hopen dat de kloof voldoende groot bleef. Dat was het geval. Ik was blij dat ik mee was van bij het begin. Daaraan merk je hoeveel verschil het maakt of je net wel of net niet mee bent bij de start. Het nieuwe parcours had wel iets. Er lagen wel heel veel stenen om met een crossfiets over te rijden. We hebben al bij al geluk gehad dat het droog lag. Anders zouden er nog meer slachtoffers gevallen zijn.’

Iserbyt en Van der Haar waren ‘iets’ harder in hun uitlatingen. Iserbyt: ‘Hier komen we nooit meer terug’. Van der Haar: ‘Dit was levensgevaarlijk.’

Sweeck: ‘Dit was mijn eerste Wereldbekerzege. Daar heb ik een jaar of acht op moeten wachten. Ik werd wel een aantal keer tweede. In het begin van mijn profjaren stootte ik vaak op Wout of Mathieu en de laatste jaren op Eli of Lars. Veranderen van ploeg heeft me deugd gedaan. Je doet nieuwe lucht op. Bovendien ben ik in goede doen. Nu kan ik me tonen op de manier waarop ik wil. Het gaat gewoon net iets beter dan vorig jaar. Dat zie je ook aan de resultaten. Uiteraard heb ik nu twee lastige mannen tegen die hun strepen al verdiend hebben. Ik denk dat het goed is voor de cross dat ik een andere ploeg heb opgezocht zodat er terug wat leven is.’

‘Na mijn uitspraken van gisteren was ik niet meteen extra gemotiveerd. We hebben ook niet meer met elkaar gepraat maar daar moet je niet teveel achter zoeken. Iedereen heeft zijn  mening. Vandaag was er een nieuwe cross en morgen begint er een nieuwe week. Zo simpel is dat. Niet dat ik dit voorval ga vergeten maar je staat wel elk weekend opnieuw aan de start van een nieuwe wedstrijd maar met dezelfde tegenstanders. Gisteren had ik de benen niet om te winnen, vandaag wel. In Ruddervoorde ben ik op een bepaald moment mijn eigen ding gaan doen omdat de anderen blijkbaar voor de tweede plaats wilden rijden. Ik vond dat toen te vroeg. Ik dacht nog aan winnen. De anderen niet. Dat maakte het verschil.’

Sweeck neemt niet deel aan de Koppenbergcross van dinsdag. ‘De kalender zit overvol dus je moet keuzes maken. Ik heb mijn zinnen gezet op de Superprestige en nu ook op de Wereldbeker. Vandaag boek ik een mooie overwinning al vind ik mijn zege in het Belgisch kampioenschap in Antwerpen nog altijd de prestatie waar ik met het meeste plezier op terugkijk. De Koppenbergcross ligt me niet. Het heeft dan ook geen zin om daar te gaan rijden.’