A1A3AtletiekEdwin

Jeff Verstreken begint aan onuitgegeven opdracht: meer dan 1 000 kilometer langs Vlaamse grenzen lopen

ANTWERPEN – Ultraloper Jeff Verstreken besloot iets te doen wat nog nooit iemand deed: in elf dagen tijd langs de volledige grens van Vlaanderen lopen, goed voor meer dan 1 000 kilometer. Geen shortcuts. Geen compromissen. Een waanzinnige tocht, volledig in het teken van De Warme Kerstmars en To Walk Again. Jeff vertrekt op donderdag 1 mei aan de Bolivarplaats in Antwerpen, op 50 meter van zijn voordeur.

Verstreken: ‘Half mei word ik 27 jaar. Ondertussen woon ik al 2,5 jaar in Antwerpen. Voordien woonde ik bij mijn ouders in Schoten. Sinds anderhalf jaar werk ik bij ATPC, een firma uit de petrochemische sector in de haven van Antwerpen. Wij doen de op- en overslag van chemicaliën. Ik loop veel en vaak.’

‘Het gaat vooral over langere afstanden. Ik heb altijd graag gelopen, ook toen ik nog een pak jonger was. Ik deed dat in combinatie met voetbal. Ik heb bij Schilde gespeeld en sinds mijn veertiende bij Koningshof in Schoten. Nu doe ik dat niet meer. Langzaam maar zeker ben ik toen meer aandacht gaan geven aan het lopen. Vervolgens begon ik me in te schrijven voor wedstrijden. Meestal vielen die op zondag of zaterdag. Ook langere trainingen waren op zondag en dat viel moeilijk te combineren met voetbal.’

‘Vroeger liep ik veel maar geen lange afstanden. Dat was al toen ik voetbalde. Wanneer de 10 Miles werd georganiseerd, deed ik mee. Ook Coopertesten op school vond ik altijd fantastisch. Vijf jaar geleden zag ik een aantal filmpjes op Youtube van mensen die trailruns deden. Ik bekeek altijd al filmpjes over skiën van het merk Salomon. Toen ik zag dat zij ook filmpjes hadden over lopen in de bossen, in de bergen of op heuvels vond ik dat supercool. Ik wou weten of ze dat in België ook deden in wedstrijdverband.  Ik heb dan een trailrun gevonden van negentien kilometer en 500 hoogtemeters. Nooit eerder had ik zo’n lange afstand gelopen.’

‘Ik ben vervolgens met mijn vader naar de Ardennen gegaan en heb er deelgenomen aan die trailrun. Dat was superplezant. Ik wou dat meer doen. Tijdens een trailrun loop je voornamelijk door bossen, heuvels of bergen of op kleine paadjes. Kortom, het is helemaal anders dan lopen op asfalt en niet te vergelijken met stadsmarathons. Het is vaak een pak kleinschaliger dan een marathon of een 10 Miles. Bij marathons lopen er 10 000-den mensen mee, bij trailruns 1 000 mensen maar dan verdeeld over verschillende afstanden en gedurende een heel weekend. Tijdens mijn eerste trailrun van negentien kilometer kon je je ook inschrijven voor 50 kilometer. Ik zei nog tegen mijn vader: ‘Welke zot loopt dat nu?’

‘Ik snapte dat totaal niet. Ik kon er niet bij dat je zoiets zou doen. Vervolgens ben ik op Erasmus vertrokken naar Grenoble. Daar heb ik iemand leren kennen die meer vertrouwd was met het ultragegeven en langere afstanden, zowel om te fietsen als om te lopen. Ik heb daar verbleven van september tot januari 2021. In juli was er een wedstrijd rond Grenoble van 175 kilometer.’

‘186 KILOMETER AFGELEGD TIJDENS DE LEVENSLOOP VAN SCHOTEN’

‘De man belde mij op met de vraag of ik mee wilde doen. Het werd meteen mijn eerste ultra-trailerwedstrijd met 1 100 hoogtemeters en verspreid over vier dagen. Voordien had ik wel eens op mezelf 55 kilometer gelopen dus had ik toch al een beetje ervaring met een langere afstand. Na afloop was ik wel stikkapot. Ik ben dan verder blijven trainen en na Grenoble heb ik nog meerdere wedstrijden gelopen van 70, 80, 100 kilometer.’

‘Mijn langste afstand tot nu toe was de Levensloop in Schoten. Eigenlijk is dat niet meteen een wedstrijd maar een event voor het goede doel. Je moest je inschrijven per vereniging. De opbrengst ging naar de Stichting tegen Kanker. Mijn grootvader was dat jaar overleden aan de gevolgen van kanker. Ik wou iets speciaal doen. Normaal schrijf je je dan in met je vereniging en je zorgt dat één iemand van die vereniging loopt of wandelt gedurende 24 uur maar ik dacht ‘dat kan ik wel alleen’. Ik ben eraan begonnen op zaterdag om 15 uur en op zondag gestopt om 15 uur. In het totaal ging het over 186 kilometer. Dat is de verste afstand die ik tot nu toe heb afgelegd.’

‘Er zijn een paar momenten waarop je het wat moeilijker krijgt: wanneer het donker wordt, omdat je weet dat je een volledige nacht voor de boeg hebt en nadien moet je nog door tot drie uur ’s middags én wanneer het licht wordt omdat je blij bent dat je geen lamp meer op je hoofd moet zetten maar je beseft ook wel dat je nog acht of negen uur moet doorgaan. De Levensloop was in september. Dan wordt het nog vrij vroeg licht dus wat dat betreft viel het wel mee. In Frankrijk heb ik eens een wedstrijd gehad met start en aankomst in Vaujanie, in de buurt van Alpe d’Huez. Hier ging het om 87 kilometer met 5 000 hoogtemeters. Zij starten om één na twaalf ’s nachts. Je ziet de eerste zes uur bijna niks. Ik ben trouwens geen fan van lopen in het donker.’

‘Rond halfzes begon het wat te schemeren en rond zes uur was het licht. Dat was wel een leuk moment omdat je eindelijk die lamp van je hoofd kan doen. Maar dan besef je dat het nog niet gedaan is. Af en toe zit je er dan mentaal even door. Je weet dat je nog lang moet doorgaan terwijl je anderzijds ook al lang onderweg bent. Continu stel ik me dan de vraag ‘Waarom ben ik hier aan begonnen?’ Je kan moeilijk zeggen dat je het altijd voor je plezier doet want heel veel fun is er op de duur niet aan.’

‘Maar er is ook geen enkel gevoel dat kan beschrijven hoe je je voelt nadat je tot veertien uur bent bezig geweest waarvan het overgrote deel volledig op jezelf. Uiteindelijk kom je immers niet veel mensen tegen. Die laatste 200 meter geven je zo’n abnormaal en absurd gevoel dat je met niks anders kan vergelijken. Het bizarre is: je ziet een hele wedstrijd keihard af maar in de eindfase begin je plots nog bij wijze van spreken te sprinten terwijl je enkele kilometer eerder bijna niet meer vooruit geraakte. Dat mentale aspect is echt heel belangrijk in alles wat te maken heeft met lange afstanden. Het zorgt er ook voor dat je kan uitlopen.’

‘Je voorbereiding is heel belangrijk want die bepaalt ook hoe lang je zal moeten recupereren. De eerste drie dagen voel je je ongemakkelijk wanneer je moet wandelen. Hoe langer de afstand was, hoe meer dagen je nodig hebt om terug deftig te kunnen stappen zonder pijn of stijfheid in je benen te voelen. Uiteindelijk ben je na een goede week wel gerecupereerd. Dan ben je weliswaar nog niet piekfijn in orde maar je kan opnieuw op een deftige manier een trap op of af.’

‘IK BEN HIERAAN BEGONNEN OM OP DE SITE VAN SPORZA TE KOMEN’

‘Ik wilde altijd iets verwezenlijken wat nog nooit iemand gedaan had. Dat moet toch een uniek gevoel geven: weten dat jij de eerste persoon bent die iets doet. Maar ik wist niet goed wat, wanneer of hoe ik eraan moest beginnen. Tijdens corona, in 2020, heeft een wielrenner heel Vlaanderen rondgefietst als eerbetoon aan de Ronde van Vlaanderen die toen niet kon doorgaan in april. Dat leek me supercool. Dat idee is altijd blijven hangen. Maar ik wilde het al lopend doen. Ik ben dan opzoekwerk beginnen doen. Ik heb niemand gevonden die dat ooit had gedaan.’

‘Vervolgens ben ik op zoek gegaan naar routes en heb ik alles uitgetekend in Komoot, een app om routes te maken voor wandelaars, fietsers, lopers,… Maar indien ik het via Komoot zou doen zou ik continu op mijn GSM of mijn horloge moeten kijken, dan moest ik die routes in GPX-bestanden steken en op mijn horloge downloaden. En dan moest ik nog zien dat mijn horloge niet zou plat vallen. Kortom, dat was te omslachtig. Plots kwam het idee om de fietsknooppunten te gebruiken. Die zijn supermakkelijk te volgen en ik gebruik ze ook bij langere trainingen tussen de 25 en 30 kilometer.’

‘Dan hoef je enkel de nummers op te schrijven en die te volgen. Heel veel van die fietsknooppunten lopen langs de grens. Maar de reden waarom ik hier oorspronkelijk aan begonnen ben is omdat Maxime Peeraer, de man die de route heeft gefietst, met een artikel op de site van Sporza is gekomen. En dat wilde ik ook. België heeft een aantal goede ultra-atleten waaronder Karel Sabbe of Mathieu Bonne. Op wereldvlak is er Ivo Steyaert maar hoeveel mensen hebben daar al van gehoord?’

‘Zij zijn toppers in extreme afstanden. Dan heb ik het over 200-300 kilometer. Ik vind het erg dat er zo weinig belangstelling voor is terwijl dat mensen zijn die daarnaast vaak een fulltimejob hebben én trainen als een semiprof of profatleet. Ze moeten even hard met hun sport bezig zijn als sporters die er wel voor betaald worden. Je kiest natuurlijk je sport zelf. Je weet dat bepaalde sporten minder bekend zijn. Wanneer je echt bekend wil worden moet je gaan voetballen of tennissen.’

‘Vaak komt het competitiebeest in mij naar boven. Dan neem ik aan een wedstrijd deel om zo goed mogelijk te eindigen of dan probeer ik ze te winnen, meer dan dat ik ze gewoon wil uitlopen. Dat stadium ben ik gepasseerd. Eigenlijk doe je al je ultratrailwedstrijden tegen jezelf omdat je je continu zelf moet blijven oppeppen. Je moet jezelf er constant van overtuigen dat het zinvol is om door te gaan en zeggen dat alles wel goed komt. Dat is typisch voor lange-afstandswedstrijden.’

‘TEN VOORDELE VAN DE WARME KERSTMARS’

‘Ik heb nu nog exact een maand om me voor te bereiden. Ik ga veel afstanden lopen maar ook op bezoek bij de kinesist. Mijn lichaam moet immers helemaal in orde zijn. Bovendien moet ik krachttraining doen. Ik probeer ook te gaan zwemmen als alternatieve training om mijn lichaam wat rust te geven maar ook om toch bezig te zijn en om te kunnen recupereren van al dat lopen. En verder moet ik ook nog gaan werken uiteraard. Ik heb verlof genomen van 1 tot zondag 11 mei. Ik had de week nadien al verlof om op vakantie te gaan en om eventjes te recupereren van alles. Mijn broer neemt deel aan de Ironman van Lanzarote op zaterdag 17 mei. We vertrekken op woensdag 14 mei samen naar ginder en blijven er tot de 21 ste.’

‘Mijn tocht begint op de Bolivarplaats, waar ik op 11 mei ook hoop aan te komen tussen 17 uur en 18.30 uur. De eerste twee dagen zijn de langste omdat ik dan wil profiteren van het feit dat ik nog relatief fris zal zijn en omdat de eerste 380 kilometer een verwaarloosbare 200 hoogtemeters bevatten. Na de start gaat het richting Linkeroever en het havengebied tot in Doel. Vervolgens wandel ik van daaruit heel de grens af tot aan de kust.’

‘Vervolgens gaat het langs de kust naar de Westhoek, de Vlaamse Ardennen en de taalgrens tot in Limburg. Dan ga ik opnieuw naar boven via de Kempen en kom ik terug langs de haven om hier te arriveren. Er zijn al heel wat vrienden en familieleden – zoals mijn ouders en broer – die hebben gezegd dat ze willen helpen.’

‘Momenteel ben ik nog op zoek naar twee slaapplaatsen. Sommige plekken werden me aangeboden door mensen die ik helemaal niet ken. De eerste dag stop ik in de buurt van Assenede, daarna volgen Oostende, Poperinge, Spiere-Helkijn, Bever, Neervelp, Tongeren, Bocholt, Arendonk en Wuustwezel. Die laatste dag ga ik bij mijn ouders slapen in Schoten omdat dat maar op 25 minuten rijden ligt.’

‘Ik heb een live tracker waardoor mensen gaan kunnen zien waar ik me bevind. Ik moet alleen nog even testen of hij niet tilt gaat slaan aan de grens met Nederland en Frankrijk. Die wordt sowieso pas vanaf 1 mei actief. Het plan is om elke twintig kilometer een korte stop te doen zodat mensen die dat willen kunnen inpikken.’

‘Iedereen kan doneren en het geld gaat naar De Warme Kerstmars uit Brasschaat. De mensen achter dit project wisten dat ik lange afstanden loop en hebben gevraagd of ik aan één van hun winterwandelingen wou meedoen. Het ene jaar kon ik niet omdat ik zelf een wedstrijd had en het andere jaar had ik examens. Toen ik met dit idee in mijn hoofd zat wou ik er een goed doel aan koppelen en kwam ik bij hen terecht. Elke winter, in de vrieskou, 100 kilometer wandelen, is echt geen cadeau.’

‘Ik loop liever 150 kilometer dan dat ik er 100 moet wandelen. Je bent zo lang onderweg en het wordt op de duur zo zwaar en bijna uitzichtloos, dat je mentaal erg sterk moet staan om dit uit te wandelen. Hetzelfde geldt voor de Dodentocht maar dit is in barre weersomstandigheden.’

‘Sportief is wat ik ga doen überhaupt een uitdaging, alleen al door er voor te trainen. Ik denk ook niet dat er de komende maanden een moment komt waarop ik zeg ‘Nu ben ik er fysiek opnieuw klaar voor’ want dat zal sowieso niet gaan. Het is nu zaak om logistiek alles zo goed mogelijk voor te bereiden. Mensen die meer info willen kunnen altijd terecht op mijn Instagram-account.’ Meer info over het goede doel via  https://www.dewarmekerstmars.com/ 

(doorklikken naar Project Flanders voor info over de tocht van Jeff).

Edwin MARIËN

 

 

Views: 1360

This website uses cookies. By continuing to use this site, you accept our use of cookies.  Learn more