Bram Coene: ‘Vlaanderen investeert in clubwerking terwijl in Nederland toppers 20 000 euro krijgen’
DUFFEL – Afgelopen zaterdag werd Bram Coene uitgeroepen tot sportman van het jaar in Duffel. Bram legt zich al enkele jaren toe op padel. Hij behaalde in 2024 een halve finaleplaats op het Belgisch Kampioenschap. Met de Belgische ploeg nam hij deel aan het EK in Italië en het WK in Qatar. Zij werden negende op het EK en elfde op het WK.
Bram vormt een team met Joris De Weerdt. Als tennisser was hij vroeger actief bij Zevenbergen Lier. Hij traint in De Pollepel in Duffel, de gemeente waar hij ook woont, en geeft er les aan de Belgium Padel Academy. Interclub speelt hij met Gym Schoten. Tijd om even te gaan luisteren naar zijn ambities voor 2025, een jaar zonder EK of WK.
Coene: ‘2023 was voor ons het allerbeste jaar. Toen hebben we het meeste bereikt. Het zal moeilijk worden om dat te overtreffen. We waren toen Vlaams en Belgisch kampioen en wonnen ook heel wat tornooien. Het jammere was dat er dat jaar geen Europees kampioenschap was. Dat stond wel gepland maar men heeft dat uitgesteld naar 2024 omdat men het organisatorisch niet geregeld kreeg.’
‘Vorig jaar was er dan het EK in juli en het WK in november. Op gebied van kampioenschappen was het dus wel een leuk jaar. Tenslotte leef je daar ook telkens weer naar toe. Dankzij die kampioenschappen kom je op leuke plaatsen. Het EK was in Sardinië. Het klimaat was er prima. We konden er wel niet paddelen in de beste omstandigheden maar het is altijd fijn meegenomen wanneer je als ploeg naar iets kan toewerken. Voor de sport was Qatar best OK. Ik zou het wel niet aanraden als vakantiebestemming. Er valt niet echt veel te bekijken.’
‘In Qatar word je wel als een koning ontvangen. Soms is het op het randje van ‘té’. Als speler heb je daar niet te klagen. Alles staat ter beschikking, alles wordt geregeld. Het eten en het hotel waren perfect in orde. We hadden een privé-bus voor de Belgische ploeg, die constant pendelde tussen het hotel en de club waar het WK plaatsvond. In Sardinië moesten we tijdens het eerste deel van het tornooi het openbaar vervoer nemen. Qua organisatie was dat een heel verschil. Zowel op EK als WK was het resultaat niet al te best voor de Belgische vrouwen en mannen. Het doel dat we voor ogen hadden hebben we niet bereikt. Je merkt dat de concurrentie echt wel sterk is. Andere landen staan ook niet stil.’
‘Voor het overige hebben we een goed jaar gehad. We zijn opnieuw Vlaams kampioen geworden en haalden finales in een aantal belangrijke tornooien. Ik heb het gevoel dat ik nog altijd progressie maak qua niveau van mijn padel. Dat is voor mij het belangrijkste. Ik beleef er nog steeds plezier aan en voel dat er nog marge op zit. Zo blijf ik bijleren.’
‘Hoever ik kan geraken hangt af van hoeveel ik wil investeren qua tijd. Wil je het meeste rendement halen, dan moet je naar het buitenland om te trainen. Twee weken geleden ben ik nog eens anderhalve week naar Spanje kunnen gaan. Je kan er twee keer per dag trainen en je hebt er zoveel spelers die van hetzelfde niveau of beter zijn. Iedereen heeft dezelfde trainingsmentaliteit. Iedereen is er prof of wil alleszins beter worden. Dat zijn ideale omstandigheden.’
‘IK WERK HALFTIJDS OP SCHOOL HIER IN DUFFEL WAAR IK ICT-VERANTWOORDELIJKE BEN’
‘Ik ben geen prof. Ik werk nog halftijds op een school hier in Duffel waar ik ICT-verantwoordelijke ben. Tot vorig jaar werkte ik nog 80-90 procent, nu bewust wat minder om wat meer in mijn padel te investeren qua tijd zodat ik wat makkelijker kan trainen en een tornooitje kan gaan spelen op het einde van de week. Ik werk ook voor de padelschool, de Belgian Padel Academy, onder meer in deze club hier in Duffel. Er zijn zo’n twintig clubs waar we lessen voorzien. Dat draait goed. Binnen Antwerpen ben ik één van de clubmanagers. Mensen die les willen nemen moeten via mij passeren. Ik doe de planning, leg de contacten. Alleen het financiële en het administratiewerk doet iemand anders. Bovendien ben ik de sportief verantwoordelijke voor de padelschool in heel Vlaanderen. Ik werk al een aantal jaren voor hen. Ik geef ook zelf les en vind het leuk om dat vertrouwen te krijgen en om met mijn hobby bezig te zijn.’
Ik merk dat de leerlingen opkijken naar mij. Per week nemen zo’n 250 mensen les. Dat hadden er nog meer kunnen zijn maar we zijn begrensd qua accommodatie. Moesten we kunnen uitbreiden zouden het er zeker nog meer zijn. Zeker in deze buurt zijn we een referentie.’
‘Dit jaar hebben we al deelgenomen aan twee tornooien in Vlaanderen. We hebben telkens gewonnen. Er was ook een groter tornooi in België. Joris had familieverplichtingen in de Ardennen. Ik heb toen met Jeremy Gala gespeeld. We hebben het goed gedaan maar verloren in de halve finales tegen de latere winnaars, wat geen schande was. Ik hoop dit jaar nog wat goede resultaten te behalen. Hopelijk mogen we nog eens aantreden in het tornooi van Brussel. Daar is nog niks over gecommuniceerd. Dat gebeurt gewoonlijk vrij laat.’
‘Blijkbaar zou er in november een WK voor ploegen zijn maar wat dat exact inhoudt weet ik niet. Hoeveel ploegen mogen er gaan? Mogen wij deelnemen? Ik heb er geen idee van. Voor de rest is er geen kampioenschap. We gaan proberen om internationaal wat tornooien te spelen. Een paar weken geleden was ik nog actief in Frankrijk. Op die manier speel je ook eens tegen andere namen en tegen betere spelers, wat ook wel interessant is. In Vlaanderen kom je altijd dezelfde spelers tegen.’
Vorig jaar werden Coene en De Weerdt in de eerste ronde van de Brussels Padel Open eervol geklopt door het Spaanse duo Javier Ruiz-Gonzalez – Pablo Cardona. ‘Eén van hen is tijdens het seizoen gewisseld van partner en vormde vervolgens een team met een top tien-speler. Je merkt gewoon dat er nog veel niveauverschillen zijn.’
‘ER IS NOG EEN GROOT VERSCHIL TUSSEN DE TOP 100 EN DE REST’
‘Wij hebben één speler in België (Clement Geens) die alle tornooien van de wereld afgaat en constant tegen toppers speelt. Net als in tennis kunnen er al eens verrassingen vallen maar er is nog een groot verschil tussen de top 100 en de rest. We spelen vaak goed mee maar dan zie je dat je zo’n tegenstander toch nog wat meer in zijn mars heeft, wat ook niet onlogisch is. Als Belgische ploeg trainen wij misschien een keer of acht samen in aanloop naar een tornooi. De helft van de spelers ontbreekt dan gewoonlijk nog. We trainen maximaal vier keer samen met acht man.’
‘Dat kan je niet vergelijken met mannen die elke dag twee keer trainen, een fulltimecoach hebben of die als ploeg – zoals Nederland – een heel jaar lang trainingen organiseren en de bondscoach meesturen op trainingsstages. Zij kiezen ervoor om hun geld op een andere manier te investeren. In Vlaanderen wordt meer geïnvesteerd in de clubwerking terwijl er niet echt geld gaat naar de topspelers. In Nederland krijgen zij 20 000 euro per jaar ter beschikking. De betere Belgische spelers hebben wel eigen sponsors zodat we toch onze sport kunnen beoefenen zonder dat we constant moeten bijleggen, iets wat ik tot vorig jaar voortdurend heb gedaan. Om op het niveau te staan dat ik nu haal heb ik zelf alles geïnvesteerd. Wanneer dat loont is dat goed meegenomen. Nu heb ik het geluk dat ik een paar sponsors heb waarvoor ik iets kan betekenen terwijl zij veel betekenen voor mij. Dat maakt het draaglijker.’
‘Ik heb nu die anderhalve week Spanje achter de rug maar eerlijk: ik zit al niet meer in dat ritme. Eigenlijk moet je dat minstens een maand doen. Ik kwam er een Nederlandse speler tegen die daar vijf maanden zit. Dat zou uiteraard het beste zijn maar praktisch is dat niet mogelijk. Ik heb niet echt een doel voor ogen wat mijn ranking betreft. Veel hangt af van welke tornooien ik ga spelen. Ga ik echt naar de andere kant van de wereld of niet? Ik merk dat wanneer ik tegen 150-spelers uitkom, ik vaak wel perfect meespeel. Een andere keer word je volledig weggeslagen. Het hangt van het type spel af. Ik wil wel het gevoel hebben dat mijn mindere zaken beter en beter worden en dat mijn betere zaken nog beter worden. In Vlaanderen staan we terug nummer één op de ranking. Dat is mooi meegenomen.’
‘Vanuit de federatie is er een goed plan wat de jeugdwerking betreft. Tot voor kort merkte je bij jongeren dat padel hun tweede of hun derde hobby was. Ze gingen padellen op het moment dat ze nog een gaatje vrij hadden. Wanneer je kijkt naar de spelers van de Belgische ploeg dan merk je dat dit allemaal goede tennisspelers zijn geweest. Zestien- tot achttienjarigen hebben meestal ook nog een tennisachtergrond maar diegene die daar achter komen kiezen wel degelijk bewust voor padel. Ik denk dat je tot je twaalfde perfect de twee sporten kan combineren maar dan wordt het tijd om de switch te maken. Er is meer en meer een goede jeugdwerking. Daar hebben we met onze padelschool in geïnvesteerd het afgelopen jaar. Dat zal beginnen lonen maar dat heeft jaren nodig. Maar we gaan de goede richting uit.’
Andere sportprijzen van Duffel gingen naar Liesbet De Smet (snelwandelen, sportvrouw van het jaar), Leon Verelst (vzw Marjan, Duffelcoattrofee), Koninklijk Atletiekclub Duffel (bestaan 75 jaar) en Hugo Van Winckel (25 jaar actief binnen Duffelse Liga Zaalvoetbal).
Edwin MARIËN
Foto’s EM & Sportraad Duffel
Views: 827
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.