Met Jasper Balcaen, onze enige Olympische paralympiër, in het Korea House

WILRIJK – Vandaag woensdag, en dit nog tot 19 uur, is het G-sportdag in het Korea House. Een uitstekende gelegenheid  om een babbel te slaan met Jasper Balcaen (25) uit Maarkedal, de enige Vlaamse deelnemer aan de Paralympische Spelen, die van 9 tot 18 maart in Pyeongchang worden afgewerkt. Jasper was trouwens ook bijzonder geïnteresseerd hoe de valide atleten in de slalom het ervan af zouden brengen op de Spelen, want dat is nu één keer zijn specialiteit maar Kim Vanreusel en Marjolein Decroix zagen hun race uitgesteld tot vrijdag.

‘Raar’, vindt Balcaen. ‘Toen ik vorig jaar in Pyeonchang was, gaf de thermometer tien graden aan en was het windstil. En vooraleer men de slalom afgelast moet het al heel hard waaien.’ Zowel Jasper, als de andere Belgische deelneemster, Eléonor Sana (20) uit het Waals-Brabantse Court-Saint-Etienne, nemen deel aan het skiën. Er zijn drie categorieën: de visueel gehandicapten (waaronder Sana), de staande skiërs (met Balcaen) en de zitskiërs. ‘Bij sommige disciplines kan je het aantal deelnemers op de vingers van één hand tellen maar in mijn specialiteit prijken 250 atleten op de worldranking. Onze categorie is op korte tijd zeer professioneel geworden. Er maken misschien wel twintig skiërs aanspraak op een medaille.’

‘Het niveau is zo hard gestegen dat je als prof moet trainen om te kunnen presteren. Voor Sotchi oefende ik zeven uur per dag. Jammer genoeg liep het nu anders. Dit seizoen kreeg ik af te rekenen met verschillende blessures. In december kreeg ik last aan mijn heup en pas vier weken geleden heeft men vastgesteld dat ik een hernia heb. Na twee infiltraties en bezoekjes aan de fysio voel ik geen pijn meer zodat ik hoop dat ik voluit kan gaan in de drie wedstrijden waarin ik aantreed: de supercombiné, de reuzenslalom en de slalom.’

Voor zijn geboorte kreeg Balcaen een hersenbloeding, waardoor hij last heeft van hemiplegie (de rechterkant van zijn lichaam heeft hij niet onder controle door spasmen). ‘Soms schrijft men dat ik verlamd ben maar het is net het tegenovergestelde. Als driejarige ging ik al skiën. Mijn ouders wilden me laten inschrijven in een skischool maar door mijn handicap lukte dat niet. Toen leerde ik Natasha De Troyer kennen die, als slechtziende, had deelgenomen aan de Spelen van Vancouver. Zij leidde mij naar Sotchi waar ik onder mijn eigen verwachtingen bleef. Door de slechte weersomstangheden moest ik dubbel zoveel kracht zetten als mijn tegenstanders, gezien mijn handicap. Pyeonchang moet echter de kers op de taart worden. In Stubai, dichtbij Innsbruck, heb ik mijn vast trainingscentrum en mijn eigen coach: Gustav Fischnneller. Jammer dat hij er straks in Zuid-Korea niet bij mag zijn. Daarom dat ik eerst nog een stage plan in het Oostenrijkse Abtenau, waar we alles op punt gaan zetten. Op 2 maart reis ik dan af om een week later in actie te komen. Jammer genoeg kan ik alleen maar dromen van de Nederlandse entourage: vijf trainers, vier materiaalmeesters, de beste hotels, een eigen busje,… Ondertussen ben ik mijn ouders bijzonder dankbaar omdat ik mijn sport voluit kan beleven. Op een bepaald moment hadden mijn vader en moeder samen vijf beroepen. Nu werk ik zestien uur per week als jobstudent. Gelukkig kan dat vanop afstand. Voor de rest heb ik een overeenkomst met Bouwinfo, Eco Solar Energie en Sportina  en krijg ik een budget van de Waalse federatie, waar ik lid van ben. De Vlaamse ondersteunt wintersporters immers niet.’

Tekst – Edwin Mariën

Foto – Marc Demartin

Pin It on Pinterest