Matthias Vangenechten: ‘De koers is helemaal niet meer van ons’

BOECHOUT – Matthias Vangenechten schreef een wielerboek. En de wielerwereld zal het geweten hebben. Matthias houdt de satirische blog The Vremde Mirror bij en dat moet je in het achterhoofd houden wanneer je ‘Hoe word je een wielerfan (en blijf je één)’ leest. Het is een boek voor (kandidaat-)wielerfans dat met een knipoog werd geschreven.

‘De slogan ‘de koers is van ons”, is al lang niet meer van toepassing’, steekt Matthias van wal. ‘Het is van 1978 geleden dat een landgenoot een grote Ronde won. Vergelijk dat met onze noorderburen. Bijna zes keer meer Nederlandse renners haalden een toptienklassering in een grote ronde in vergelijking de afgelopen tien jaar. Dat heeft met cultuur te maken. In Vlaanderen wordt vrijwel alleen maar belang gehecht aan kasseiklassiekers. Een Belg krijgt hier meer aanzien wanneer hij de beste is in Dwars door Vlaanderen dan wanneer hij de Giro wint.’

‘Iedereen kan met enige oefening over kasseien rijden, ook de berggeiten maar andersom is dat niet het geval. Kijk naar Sporza? Wat zenden zij uit? De Elfstedenronde. Nokere Koerse, wedstrijden waar renners rond de kerktoren draaien maar voor de Ronde van Italië is geen geld meer. Resultaat: alle jonge renners willen de nieuwe Tom Boonen worden. Een Van Aert kan de Tirreno-Adriatico aan maar hij moet zich toeleggen op de kasseikoersen.’

‘Er is ook een positieve evolutie merkbaar. België is in korte tijd een tijdritland geworden maar wat doet Lotto Soudal? Zij zetten Campenaerts aan de deur en trekken Gilbert en Degenkolb aan, omdat die voldoen aan het zogenaamde klassieke DNA van de ploeg. Met andere woorden: indien hij in plaats van het werelduurrecord te pakken Kuur-Brussel-Kuure had gewonnen, mocht hij blijven. Dat noem ik de kerktorenmentaliteit. Dat de Belgen het goed deden in de Tour? De essentie is het eindklassement. Ze verschenen met 21 aan de start in een peloton van 176. Dan zou het maar erg zijn indien er niemand een rit had gewonnen niet?

Matthias trapt wel tegen meer heilige huisjes: het veldrijden bijvoorbeeld. ‘Van Aert en Van der Poel zouden zonder de cyclocross ook goede wielrenners zijn geworden hoor.’ En dan, het meest gevoelige: Eddy Merckx. Vooral het feit dat in de ontelbare biografieën die over de Kannibaal werden geschreven zelden wordt gerefereerd aan zijn drie positieve dopinggevallen, zit hem dwars. ‘Dat is overdreven maar Merckx is voor mij een personage in het boek. Met God mag je lachen, waarom mag je dat niet met Merckx doen? ‘ ‘Ik schrijf niet om te behagen’, zegt de auteur nog.

‘Het is geen objectief boek, dat verstop ik niet. Maar ik heb wel mijn persoonlijke vrijheid. Een wielerjournalist hangt af van de quotes van de renners. Ik probeer aan de lezer over te brengen hoe ik het wielrennen beleef.’ Ook de wielerjournalisten, die vaak een te nauwe band hebben met de wielrenners, worden niet gespaard. ‘De band tussen wielrennen en journalistiek is duidelijk. Kijk maar hoe wielerwedstrijden zijn ontstaan maar het wordt tijd dat de wielerjournalisten zichzelf heruitvinden en verhalen beginnen te schrijven. Van de renners kom je toch niets meer te weten. Die hebben heuse persbureaus achter zich.’

‘Hoe word je een wielerfan (en blijf je er een)’ is een lezenswaardig en amusant boek, de perfecte literatuur voor aan het strand. Het is uitgegeven bij Polis en kost twintig euro. (EM / Eigen foto)

 

Pin It on Pinterest