Maak kennis met de wondere wereld van de ‘borstelaars’ van het ijs

WILRIJK – Sinds 1998 (Nagano) is curling een olympische sport. In ons land wordt de rariteit beoefend door enkelingen. Van deelname aan de Olympische Spelen is hoegenaamd geen sprake. Toch zal iedereen, die in de loop van de komende Olympische Winterspelen, langsheen de verschillende sportdisciplines zapt, wel eens blijven stilstaan bij die ‘borstelaars’ van het ijs. Tijd dus om kennis te maken met dit bizar Olympisch onderdeel.

In de jaren 60 was er een curlingclub in Luik maar hoe lang deze heeft bestaan weet men niet. In 1975 werd Curling Club Deurne opgericht. Ook in Ukkel ontstond even later een derde curlingvereniging. Halfweg de jaren 80 werd een Belgische Curling Federatie in het leven geroepen. In 1997 hield de club uit Deurne het voor bekeken, even later gevolgd door de Brusselaars. In 2003 werd CC Deurne nieuw leven ingeblazen. Enkele voormalige leden, samen met een paar nieuwelingen, konden terecht op een nieuwe schaatsbaan in Mechelen en met het oude materiaal van CC Deurne kon er opnieuw curling worden gespeeld. In 2005 ontstond een nieuwe nationale bond: de Belgium Curling Association. Sinds 1995 neemt België jaarlijks deel aan het EK. De ploeg heeft zelfs een naam: de Red Rocks. Ons land degradeerde vorig jaar naar de C-groep. In 2011 nam – voorlopig éénmalig – een vrouwenteam deel aan het Europees kampioenschap. In 2013 werd ook in Turnhout een club opgericht en een jaar later in Gent.

Wanneer curling precies is ontstaan is niet meteen duidelijk, maar het zal waarschijnlijk in de vijftiende of zestiende eeuw zijn geweest. Op het schilderij ‘Jagers in de sneeuw’ van Breugel uit 1565 staan al Nederlandse boeren afgebeeld die het spel aan het beoefenen zijn. Het curling zoals we het nu kennen werd voor het eerst beoefend in Schotland. In het Schotse Perth is trouwens ook de World Curling Federation gevestigd.

In een curlingwedstrijd staan twee ploegen van vier spelers tegenover elkaar. De skip (de aanvoerder) is degene die de strategie bepaald. Elke ploeg beschikt over acht stenen. Deze wegen 19,1 kilogram en hebben een handvat. De curlingsteen heeft een rand waarmee contact met het ijs wordt gemaakt. De ‘curling sheet’ is een ijsbaan van ongeveer 42,5 meter lang en 4,3 meter breed. De baan heeft aan beide kanten grote cirkels: het zogenaamde ‘huis’. Voor dat een wedstrijd begint worden er waterdruppels op het ijs gespoten. De spray vriest onmiddellijk aan en zorgt voor betere loop van de steen. Een wedstrijd bestaat uit tien ends. In elke end speelt elk teamlid twee stenen, de stenen worden met de tegenstander om en om gespeeld. Twee leden van het team zijn de zogenaamde vegers. De steen wordt gegooid en gevolgd door de vegers. Zij volgen de instructies van de skip. Het vegen effent het pad zodat de snelheid van de steen wordt verhoogd. De bevroren waterdeeltjes worden op deze manier weer vloeibaar gemaakt. De gooiende speler geeft een bepaalde snelheid en draai aan de steen. De worp is geslaagd als de steen midden in het huis wordt gegooid. De bedoeling van het spel is, dat een aantal stenen van het eigen team dichtbij het midden van het huis liggen. Voor elke steen die dichterbij de dolly – het middelpunt van de cirkel aan het eind van de baan – ligt  dan een steen van de tegenpartij krijg je één punt. De sport wordt beheerst door de Canadezen. Daar zijn de inwoners er gek van. Elke maand zijn er wel een tweetal tornooien waar je gemiddeld 25 euro betaald voor een avondje ‘topcurling’. Andere medaillekanshebbers zijn Zweden en Groot-Brittannië. Tot nu toe werden er 33 medailles uitgereikt in het curling, waarvan er tien – inclusief vijf gouden – naar Canada gingen. (EM)

Pin It on Pinterest