Gastland Korea heeft medaillekansen in het schaatsen en de shorttrack

WILRIJK – Deze week geraakte bekend dat de olympische sporters van Zuid- en Noord-Korea tijdens de Spelen in Pyeongchang achter één vlag zullen opstappen tijdens de openingsceremonie. Daarnaast zal bij het ijshockeytornooi voor vrouwen een team meedoen met spelers uit beide landen. Maar maken de (Zuid-)Koreanen een kans op medailles? Zeer zeker. Alle hoop is gericht op het shorttrackteam en een beetje op de schaatsers.

Voetbal en taikwondo  zijn de meest populaire sporten in het gastland van de Spelen. Wintersporten zijn veel minder in trek. Niettegenstaande de voorbije jaren enorm veel inspanningen werden gedaan om skipistes aan te leggen heeft dit nog geen topatleten opgeleverd. Vandaar ook de povere belangstelling van de Koreanen voor de Olympische Spelen. Marketingdeskundige Lee Seung-yun heeft een verklaring voor de tegenvallende ticketverkoop. ‘Wintersporten zijn hier niet zo populair als voetbal en baseball. Daarnaast ontbreekt het ons aan een vedette. Sinds Kim Yu-na gaapt een leegte wanneer we de shorttrack even buiten beschouwing laten.’ Kim Yu-na behaalde als kunstrijdster in 2010 olympisch goud en in 2014 zilver. Bovendien hebben de inwoners van hoofdstad Seoel weinig zin om af te reizen naar Pyeongchang.

 

Aan het begin van de vorige eeuw introduceerde een Canadese missionaris shorttrack in Korea. Ook het snelschaatsen is de laatste jaren populairder gewonnen maar door gebrek aan geld en ijs blijft de grote doorbraak uit. Tot voor de Spelen moest schaatsen het doen met een overdekte hal in Seoul en een buitenbaan in Chunchon. Bij de schaatsfederatie zijn ongeveer 900 atleten aangesloten, evenredig verdeeld over snelschaatsen en shorttrack. 

Nochtans is schaatsen een verplicht vak op de lagere scholen vanaf het tweede leerjaar. Om één en ander in de praktijk te brengen beschikt het land over 45 schaatshallen. Die zijn veel te klein om er te snelschaatsen maar groot genoeg voor shorttrack. Nu, de laatste tijd zijn de schaatsers weliswaar ietwat van hun achterstand aan het inlopen. Ofschoon in de grote olympische sporten als ijshockey en skiën nog niets werd gewonnen, zorgen de schaatsdisciplines ervoor dat Zuid-Korea zowaar een winterse subgrootmacht werd. Tijdens de Spelen van 2014 eindigde het als tweede Aziatische land in het medailleklassement. Ze werden dertiende, een plaats achter rivaal China maar vier plekken voor de oude onderdrukker Japan. Zes van de acht medailles werden behaald in de shorttrack, één in het schaatsen en één in het kunstrijden op de schaats. 

Om het schaatsen in Zuid-Korea op te krikken werd de Nederlandse coach Erik Bouwman ingehuurd. Die hield het vorig jaar voor bekeken. ‘Bij mijn aanstelling had ik een goed gesprek met de vicepresident van de Koreaanse bond. Later bleek dat er nog vijf andere ondervoorzitters waren die mijn manier van aanpakken totaal niet zagen zitten. Ze wilden gewoon blijven verder doen. Al mijn plannen werden afgekeurd. Reisschema’s werden verscheurd, fietstrainingen en fysieke testen verboden. En toch heb ik het er twee jaar volgehouden. De Koreaanse schaatsers gaan alvast op de lange afstand geen potten breken, tenzij Lee Seung-hoon zou verrassen. In de sprint ligt hun lot in handen van Olympisch kampioen Lee-Sang Hwa, die zich voorbereidde in Canada.’ (EM)

Pin It on Pinterest