De ceremonie van het Olympisch vuur is een uitvinding van de nazi’s

Ongeveer een jaar voor aanvang van de Olympische Spelen, wordt in de ruïnes van het oude Olympia de Olympische vlam aangestoken. Tijdens de ceremonie, uitgevoerd door elf vrouwen, worden de stralen van de zon opgevangen in een parabolische spiegel, waardoor de toorts gaat branden. Vervolgens wordt de vlam door middel van een estafetteloop getransporteerd naar de stad waar de Spelen zullen plaatsvinden, veelal door lopers, maar soms worden ook minder conventionele vervoermiddelen gebruikt. Zo werd in 2000 de vlam gedeeltelijk vervoerd door een groep duikers.  Wanneer de vlam per vliegtuig wordt verplaatst, gebeurt dat in vier aparte lantaarns die worden bewaakt door een speciale politieofficier die is gespecialiseerd in brandbestrijding. Tijdens de openingsceremonie komt de vlam aan in het Olympische stadion en pas tijdens de slotplechtigheid wordt ze gedoofd.

Het idee van de Olympische vlam dateert uit 1928, toen de Nederlandse architect Jan Wils een toren ontwierp waarin tijdens de Spelen in Amsterdam onafgebroken een vlam kon branden. Het vuur werd aangestoken door een medewerker van een elektriciteitsbedrijf die daarvoor een lucifer gebruikte. De bijhorende ceremonie werd uitgewerkt door Carl Diem, sporthistoricus en organisator van de Olympiade van 1936 in Berlijn. Adolf Hitler liet actrices in Olympia optreden als priesteressen die het vuur ontstaken. De Führer wilde op die manier aantonen dat het Arische Rijk direct afstamde van de grote oude culturen. Verschillende lopers en voertuigen moesten er vervolgens voor zorgen dat de vlam ter bestemming kwam. Het Olympische vuur zoals we het nu kennen is dus een uitvinding van de nazi’s. Het symboliseert de eeuwige strijd van de mens om tot eenheid en verbondenheid te komen.

De vlam mag nooit doven wat soms moeilijk is bij harde windvlagen en regenbuien. Daarom is men steeds op zoek naar een brandstof die tegen deze weersomstandigheden is bestand. Het vuur wordt bewaard in een lantaarn die meereist. Met deze vlam wordt iedere ochtend een nieuwe toorts aangestoken. Het vuur wordt van fakkel naar fakkel doorgegeven. Soms loopt het mis. Zo doofde de vlam toen de toorts in 2012 was vastgemaakt aan de rolstoel van de Engelse paralympiër David Follet. Door een defecte brander ging het vuur uit, waarna er voor een nieuwe fakkel werd gezorgd. In aanloop naar de Spelen van 2008 in Peking zorgden activisten ervoor dat de vlam uit veiligheidsoverwegingen een paar maal moest worden gedoofd tijdens de tocht door Europa.

De ceremonie is geïnspireerd op oud-Griekse gebruiken. De klassieke Olympische Spelen waren verbonden aan Zeus, de oppergod van de Grieken. Aan het begin van het evenement liet hij op het altaar voor zijn tempel honderd ossen verbranden en liet hij het vuur aanwakkeren tot de Spelen voorbij waren. In sommige steden werd een fakkelloop gehouden waarbij lopers het heilige vuur van het ene altaar naar het andere brachten.

Nu vrijdag zullen 7 500 lopers op Zuid-Koreaans grondgebied de fakkel elk 200 meter verder hebben gebracht. Hierdoor zullen ze 2 018 kilometer hebben afgelegd langs negen provincies en acht grootsteden. Er rennen ook telkens 2 018 hulplopers mee om de fakkel te bewaken. Pikant detail: bij de bouw van het Olympisch stadion had men geen rekening gehouden met een plek voor de vlam. Bovendien bestaat het stadion voornamelijk uit hout, wat niet bepaald een veilige combinatie is met vuur. Als dat maar goed afloopt.

Tekst: Edwin Mariën
Foto’s:  Olympic.org

Pin It on Pinterest