Wout Van Aert rijdt Mathieu van der Poel in de vernieling op de Citadel

NAMEN – ‘Ik voel me echt goed. Ik denk dat ik zondag in Namen wel iets kan laten zien’, stelde Wout Van Aert zaterdag nog na de veldrit in Antwerpen. En of hij woord hield. Nu was Mathieu van der Poel op de flanken van de Citadel van Namen duidelijk niet in zijn dagje – hij had een verkoudheid – en maakte hij tot driemaal toe kennis met de beslijkte ondergrond, maar dit alles doet niets af aan de verdienste van onze landgenoot. De twee hoogste schavotjes van het podium werden trouwens door Belgen bezet want Toon Aerts werd nog tweede.   

Parcoursbouwer Erwin Vervecken had, deels gedwongen, gesleuteld aan de omloop van deze Wereldbekermanche. Door wegeniswerken verhuisde de aankomstlijn naar de overzijde van de Esplanade. De renners reden – in vergelijking tot vorig seizoen – in de omgekeerde richting en de laatste bocht lag veel korter bij de aankomstlijn, terwijl de materiaalpost vijftien meter werd verlengd. ‘Een terugkeer naar het verleden’, noemde de voormalige veldrijder het.

Alvorens men negen rondjes begon te draaien was er nog een kleine aanloopstrook. Daar trof men  behoorlijk wat kasseitjes aan en door het regenweer van de voorbije dagen was het er erg glibberig. De eerste helft van het peloton spurtte zich probleemloos een weg naar het eigenlijke parcours maar de jongens uit de achterste linies kenden behoorlijk wat pech. Tom Meeusen was de bekendste naam bij de slachtoffers maar voor Klaas Vantornout liep het allemaal nog wat slechter af. Zijn wedstrijd duurde minder dan één minuut. Er mocht even worden gevreesd dat het voor de 35-jarige West-Vlaming, die aan het eind van het seizoen sowieso de fiets aan de haak hangt, een vervroegd afscheid in mineur zou worden. Hij greep meteen naar zijn pols en zijn elle-boog. ‘Vooral mijn hand doet pijn’, sakkerde hij. ‘Ze ziet blauw. Laat ons hopen dat ik niets heb gebroken.’

Ook Van Aert en Van der Poel misten hun start. Ze kwamen respectievelijk als vijfde en dertiende door aan de aankomstlijn. Michael Vanthourenhout, die houdt van omlopen zoals die van Overijse, Gavere, de Koppenberg en ook Namen, rook zijn kans maar Van Aert counterde hem. Vervolgens ging de wereldkampioen er als een bezetene van door. Van der Poel naderde voor geen meter en moest het gezelschap van Toon Aerts naast zich dulden.

Aan Wout Van Aert zag je dat hij opgelucht was. ‘Het was lang geleden dat ik nog op dit niveau heb kunnen crossen. Het is duidelijk dat de stage me goed heeft gedaan. Ik recupereer nu veel sneller dan voordien. Dinsdag was ik terug in het land. Naarmate het weekend in zicht kwam voelde ik mijn conditie nog beter worden. Gewoonlijk heb ik op de tweede wedstrijddag van een ‘tweedaagse’ een terugval. Dat was dit keer niet zo. Ik wil van de gelegenheid wel gebruik maken om even te benadrukken dat die stage geen vlucht was. Het is niet zo dat ik vlug-vlug heb besloten om naar Spanje te gaan omdat het wat minder liep. Integendeel. Alles was al van voor het seizoen gepland. Ik voelde me vandaag rustiger, had minder kopzorgen. Men zegt altijd dat je je vrienden leert kennen wanneer je het wat moeilijker hebt. Wel, dat is mij overkomen. Tot mijn grote spijt moet ik vaststellen dat dit groepje ‘getrouwen’ kleiner is dan ik had verhoopt. Ik heb gisteren gezegd dat het feit dat ik twee kilo ben vermagert in mijn voordeel speelt maar uiteindelijk moet je dat ook niet overdrijven. Enkele weken geleden had ik 6,3 procent vet. Ik denk niet dat je me dan een vetzak mocht noemen. ’

VAN DER POEL: ‘DIT HAD IK NIET VERWACHT’

Van der Poel was bijzonder ontgoocheld, maar ook groot in de nederlaag. ‘Zelfs indien ik van bij de start in het gezelschap van Van Aert had vertoefd, dan nog had hij er me afgereden. Het klopt dat ik vannacht wat ziek ben geworden maar daar ligt het niet aan. Waarom ik dan wel het hoofd moest buigen? Indien ik dat wist, dan was het niet gebeurd. Je ziet: ik ben ook maar een mens. Indien ik in de slotronde niet op zo’n knullige manier met mijn hoofd tegen een boom was geknald, dan was ik wellicht nog als tweede geëindigd. Het was niet mijn eerste fout. Die maakte ik toen ik wegschoof op een schuine kant. Tijdens de opwarming had  er nog zo op geoefend. Dat je dergelijke fouten maakt betekent dat je voorbij je limiet zit. Nu, er is geen man overboord. Ik ga hiervan nu niet meteen wakker liggen, al geef ik toe dat ik niet had verwacht dat ik zoveel minder zou zijn dan Wout. Zo zie je maar dat er op twee weken tijd heel wat kan gebeuren.’ Bij dit alles zou je haast vergeten dat er nog een andere landgenoot een hoofdrol speelde: Toon Aerts. De Antwerpenaar nam de matige persbelangstelling met een kwinkslag op. ‘Nu overtref ik mezelf eens een keer en dan hoor ik dat Mathieu een mindere dag had. Ik denk dat wij beiden om beurten wat foutjes hebben gemaakt maar het feit dat we Pauwels – die vierde werd – nog bijna een minuut achter ons lieten bewijst dat de beste renners in de top drie eindigden.’   

 Bij de vrouwen ging de zege naar Evie Richards. De twintigjarige Britse won met glans. Alle toprijdsters verschenen aan de start, op uitzondering van Marianne Vos. Richards werd twee jaar geleden in Zolder de eerste wereldkampioene bij de beloften. Op de Citadel keek ze aanvankelijk de kat uit de boom maar sloeg bij het ingaan van de slotronde genadeloos toe. Alleen haar landgenote Nikki Brammeier spartelde nog wat tegen maar finishte uiteindelijk op vijftien seconden. Leichner werd derde. Namen is niet meteen de favoriete omloop van Sanne Cant en dat bewees ze gisteren ook. Ze finishte als twaalfde en was daarmee zelfs niet onze beste landgenote. Die eer ging naar Ellen Van Loy, die een plekje voor de wereldkampioene finishte. Ook bij de beloften won een Brit: Thomas Pidcock. West-Vlaming Eli Iserbyt, zaterdag de beste in de Scheldecross, werd tweede. 

Erwin Vervecken ontpopte zich trouwens tot een hevig verdediger van ‘zijn’ veldritsport. Terwijl Mathieu van der Poel (een beetje) en Wout Van Aert (heel veel) denken aan een overstap naar het wegwielrennen vindt Vervecken dat dit een verkeerde beslissing zou zijn. ‘In het veldrijden is veel meer geld te verdienen. In België zijn er maar twee of drie renners die het op financieel gebied beter hebben dan Van Aert. Dat zijn ongetwijfeld Greg Van Avermaet en Philippe Gilbert – Tom Boonen behoorde ook tot deze elitegroep – maar voor het overige zou ik niemand kunnen opnoemen. Bij de vrouwen is het niet anders. Sanne Cant verdient drie keer zoveel als Jolien D’Hoore. Daarom denk ik dat de toppers er goed aan doen om nog even na te denken alvorens ze die stappen zetten. Zdenek Stybar vertrouwde me toe dat hij gedurende de eerste drie jaar dat hij op de weg koerste, minder geld binnenhaalde dan toen hij in het veld reed. Bijkomend voordeel: een veldrijder slaapt op de dag van de wedstrijd ’s avonds bijna altijd in zijn eigen bed terwijl wegrenners echte globetrotters zijn.’

Tekst: Edwin Mariën
Foto’s: Francois Buyssens