Wout Van Aert heeft meer moeite dan verwacht

Voor aanvang van het Belgisch kampioenschap veldrijden bij de eliterenners vroeg men zich niet af ‘Wie gaat er winnen?’ maar wel ‘Hoelang gaat het duren vooraleer Wout Van Aert zeker is van de titel?’ Het antwoord op die laatste vraag was verrassend. Toon Aerts nam een (te?) snelle start. Sweeck en Van Aert volgden in zijn spoor en lieten hem één ronde later ter plekke. Gedurende 40 minuten leverde Sweeck meer dan behoorlijk weerwerk maar uiteindelijk snelde Van Aert toch naar zijn derde Belgische titel op rij, een huzarenstukje dat hem alleen werd voorgedaan door Danny De Bie, Roland Liboton en Sven Nys. Van Aert behaalde ook in zijn totaliteit zijn derde driekleur. Daarmee is hij nog zeven stuks verwijderd van de opzienbarende reeks van Liboton.

Van Aert zorgde voor aanvang van de wedstrijd zelf voor enige spanning door pas op het allerlaatste ogenblik aan de start te verschijnen. De titelstrijd vond plaats op het militaire domein van Koksijde. De reddingshelikopter maakt op geregelde tijdstippen vluchten boven de Belgische kustlijn. Net op het moment dat de heli terugkeerde van zo’n trip fietste Van Aert naar de start. Militaire regels zijn wet, zelfs voor een wielerkampioen zodat Van Aert  een ommetje moest maken om op tijd aan de startlijn te verschijnen. Uiteindelijk een niemendalletje waarvan journalisten nu éénmaal dankbaar gebruik maken om hun relaas ietwat te kleuren. Zelf deed Van Aert niet onder. ‘Vandaag heb ik ondervonden dat Redbull je inderdaad vleugels geeft’, plezierde hij de nieuwe sponsor van zijn fietshelm nog even aan het begin van het flashinterview op tv.

‘Ik was voor de wedstrijd zowat de enige die zei dat het niet makkelijk zou worden. Een kampioenschap is sowieso moeilijker dan een andere cross. Het is vaak een wedstrijd die je wint wanneer je mentaal sterk staat. Vandaag voelde ik me ook echt goed. Ik denk niet dat mijn start slecht was. Nadien heb ik wel wat foutjes gemaakt zodat het wat moeilijker werd. Ik heb behoorlijk wat aan de leiding gereden maar heb er geen moeite mee om toe te geven dat Laurens de beste renner was in het zand. Wat hij daar presteerde heb ik nog niet veel coureurs zien doen. In een zandcross is het altijd makkelijker wanneer je in tweede positie rijdt, zodat je een spoor kan volgen. Op een bepaald moment vroeg ik hem om de leiding over te nemen maar hij deed meer dan dat: hij ging er behoorlijk hard vandoor. Ik dacht dat we met zijn tweeën naar de aankomst zouden gaan. Bij het ingaan van de voorlaatste ronde was het dan ook mijn bedoeling om dan een beslissing te forceren. Natuurlijk ben ik tevreden met deze overwinning. Uiteindelijk ging iedereen ervan uit dat ik mijn titel zou verlengen. Ik heb er geen moeite om toe te geven dat dit de moeilijkste van de drie was. Dat Laurens mijn zwaarste tegenstander zou worden is voor mij geen verrassing. Hij kiest zijn doelen. Daarom zie je hem soms niet tijdens de Kerstperiode. Nu, ik vind het leuk dat ik hier vandaag met twee generatiegenoten op het podium sta. Het is niet de eerste keer dat wij de eerste drie plaatsen voor onze rekening nemen maar het is wel van bij de jeugdcategorieën geleden.’ Wie voor vanavond nog geen plannen heeft, weet waar hij of zij terecht kan. ‘Eerst wacht mij een minder leuke opdracht: de dopingcontrole. Nadien moet ik nog langs de sponsor passeren maar ik hoop in ieder geval zo vlug mogelijk bij mijn supporters in Lille te zijn. Die weten ondertussen al wel hoe ze een feestje moeten organiseren.’  

‘IK HOOP DAT DE ORGANISATOREN VAN PARIJS-ROUBAIX VANDAAG HEBBEN GEKEKEN’

Het veldritseizoen duurt voor Van Aert nog tot 4 februari. Dan wordt het WK in Valkenburg gereden. De slotmanches van de DVV-trofee (Lille) en de Superprestige (Hoogstraten  en Middelkerke) laat hij aan zich voorbij gaan niettegenstaande hij dit laatste klassement aanvoert. Gedurende de volgende drie weken kan je er gif op innemen dat Van Aert – net als Van der Poel – dagelijks zal worden bestookt met vragen over dat wereldkampioenschap. ‘In Valkenburg zal ik nog beter moeten doen dan vandaag maar ik geloof erin. Ik heb nog wat tijd om na te denken over mijn tactiek maar ik ben er zeker van dat mijn entourage een mooi plannetje zal uittekenen. De grootste druk zal op de schouders van Mathieu liggen, net zoals de voorbije drie edities. Toen slaagde ik er twee keer in om hem te verslaan. Waarom zou dat nu niet opnieuw kunnen? Mijn rustperiode nadien zal zo al kort genoeg zijn.’ Of Van Aert zal aantreden in de Vlaamse voorjaarsklassiekers blijft vooralsnog – althans voor de buitenwereld – een groot vraagteken maar vast staat dat hij sowieso aan de start wil verschijnen van Parijs-Roubaix. Dat is niet echt evident, vermits zijn team – Crelan-Charler – in principe niet startgerechtigd is en dus moet rekenen op een wildcard. ‘Ik hoop in ieder geval dat de mensen van ASO (de organisatoren van de kasseiklassieker) vandaag naar de tv-uitzending hebben gekeken’, knipoogde Van Aert.     

De 12 000 toeschouwers kregen uiteindelijk dus meer dan waar voor hun geld en de 190 geaccrediteerde persmensen – waarvan weliswaar de helft werknemer was van de VRT – konden een mooier verhaal doorseinen dan aanvankelijk was verwacht. Dat was in de eerste plaats te danken aan Laurens Sweeck, waarvan werd verteld dat hij stiekem een aantal keren was komen trainen op het BK-parcours. ‘Ik weet eigenlijk niet waar die verhalen vandaan komen. Ik ben hier welgeteld één keer geweest en dat was dan nog voor Kerstmis. Koksijde is nu éénmaal een parcours dat mij ligt. Ik had geen slechte maar ook geen superdag en dat is jammer want die heb je nu eenmaal nodig om Wout te kunnen kloppen. Tot de derde laatste ronde reed ik een perfecte wedstrijd. Toen liep het mis op de Herygers-heuvel. Ik besefte dat ik voordien foutloos door het zand kliefde maar tegen de wereldkampioen kan één foutje fataal zijn. Dat gebeurde dus ook. Voor de start had ik stiekem gehoopt om te kunnen winnen. Dat lukte nu niet maar ik denk toch dat ik in de nabije toekomst de kloof met Van Aert en Van der Poel ietwat zal kunnen dichten.’

Daan Soete straalde nog het meest op het podium met zijn onverwachte derde plaats. Hij kampte bijna een hele wedstrijd lang aan de zijde van zijn teamgenoot Toon Aerts voor het brons. ‘Ik wou rustig van start gaan omdat het zo’n moeilijke wedstrijd is. In het zand bleek ik over een betere tactiek te beschikken dan Toon. We hebben haast nooit met elkaar gesproken. Dat was alleen het geval toen Adams wat naderde. Ik had gehoopt op een top vijf-plaats en mits een goede dag een plek op het podium. Vandaar dat ik uiteraard bijzonder tevreden ben. Door deze prestatie en mijn top tien-plaatsen in Wereldbekerwedstrijden reken ik op een WK-selectie.’ Bondscoach Sven Vanthourenhout hield de boot nog even af. ‘Wanneer je een voorselectie maakt van negen renners dan zitten een aantal van hen op de wip. Daan is daar één van.’ Bij de elite zonder contract prolongeerde Vincent Baestaens zijn titel. Hij haalde het voor Braam Merlier en Joeri Adams. Opmerkelijk: zij eindigden respectievelijk als zestiende, zeventiende en achttiende. Zij reden immers in dezelfde wedstrijd als de 21 renners mét contract. 

Reportage: Edwin Mariën

Pin It on Pinterest