Vlaamse Sportfederatie tevreden met het statuut voor vrijetijdswerker

Om sportverenigingen te helpen makkelijker een beroep te kunnen toen op vergoede vrijwilligers, heeft de federale regering een statuut gecreëerd dat vrijetijdswerk in de sportsector mogelijk maakt.

Sportverenigingen hebben veel helpende handen nodig om een goede werking te kunnen verzekeren. Die zijn niet altijd even makkelijk te vinden, reden waarom de clubs graag bereid zijn de vrijwilligers een vergoeding te geven. Hier wrong echter het schoentje, want de mogelijkheden die voorhanden waren, schoten tekort. Het vrijwilligersstatuut liet een zeer beperkte vergoeding toe van maximaal 33,36 euro per dag en 1 334,55 euro per kalenderjaar, vrij van RSZ-bijdragen en belastingen. De praktijk leerde dat deze bedragen vaak (totaal) niet in verhouding zijn met de inspanningen die sommige medewerkers leveren. Enig alternatief was een echte arbeidsovereenkomst sluiten, wat dan weer administratief zwaar is en bovendien veel duurder. Er vloeien immers een heleboel middelen weg naar sociale en fiscale bijdragen. De overheid erkent nu het socioculturele belang van de sportverenigingen en heeft een voorstel uitgewerkt dat het midden houdt tussen beide bovenstaande opties.
De Vlaamse Sportfederatie, spreekbuis van de Vlaamse georganiseerde sportsector, vertegenwoordigt 19 000 sportclubs, goed voor anderhalf miljoen aangesloten sporters. Jarenlang hebben zij politici geduid op de nood aan een aangepast sociaal en fiscaal statuut voor de sportbegeleiders die zich, naast hun reguliere job, meerdere malen per week inzetten in de sportclubs.

Dit gebeurde vanuit een dubbele bezorgdheid. Enerzijds om het pure vrijwilligerswerk en anderzijds de reguliere arbeid zuiver te houden en om deze sportbegeleiders, die doorgaans hebben geïnvesteerd in een trainerskwalificatie via de Vlaamse Trainersschool of in een official opleiding, op een legale manier een – beperkte – prestatievergoeding te kunnen bieden.
Het huidige initiatief van de federale regering, en meer bepaald de pijler van het verenigingswerk, biedt een antwoord op beide bezorgdheden voor de sportsector, vinden zij. Door een duidelijke afbakening van de functies en prestaties die in aanmerking kunnen komen voor dit statuut van verenigingswerk, wordt voor de sportsector een duidelijke lijn getrokken tussen het vrijwilligerswerk en dit nieuwe statuut. De invoering van het statuut zal de sportsector net toelaten om uit de grijze zone te treden waarin momenteel oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van het vrijwilligersstatuut en de bijhorende vergoedingen. Door onder meer te stellen dat enkel personen die al een hoofdberoep hebben, waarmee ze sociale rechten opbouwen, gebruik kunnen maken van het statuut, wordt ook een terugval uit de reguliere arbeid vermeden. Het creëren van ‘mini-jobs’ is absoluut geen doelstelling van de sportsector.
Voor de georganiseerde sportsector is een oplossing voor deze nood dé topprioriteit. De realisatie van het statuut vormt de garantie voor het behoud en de uitbouw van kwalitatieve sportbegeleiding in sportclubs. (EM)

Pin It on Pinterest