Van Aert houdt woord, Vanthourenhout verrast en Van der Poel stelt teleur

DOOR EDWIN MARIËN IN VALKENBURG

Zoals iedereen had verwacht is het wereldkampioenschap veldrijden in Valkenburg uitgedraaid op een one-man-show. Het was echter niet topfavoriet Mathieu van der Poel die de wedstrijd kleurde maar wel Wout Van Aert (24), die meteen voor de derde maal op rij de regenboogtrui behaalde. De gelukkigste man op het podium was echter Michaël Vanthourenhout, die beslag legde op het zilver. Marlux – Bingoal, waar men een rotseizoen achter de rug had, verlaat Valkenburg dus met goud (Iserbyt) en zilver.

Het vroor en er vielen enkele sneeuwvlokjes toen de Belgische renners zondagochtend door hun raam keken in Hotel Walram. Resultaat: de omloop lag er een stuk harder (lees: makkelijker) bij dan op zaterdag. Althans, dat was zo bij de beloften want in de loop van de dag begon het plots te dooien en was de slijkpoel zo mogelijk nog groter dan één dag eerder.

Van bij de start klopte het tactisch plannetje van het Belgische (of moeten we zeggen van Crelan – Charles) team volledig. Tim Merlier ging er als een bezetene vandoor en Van der Poel werd onmiddellijk naar de zevende plaats verwezen. Toch leek het in de eerste ronde alsof er niets aan de hand was want de Nederbelg nam vrij vlug de plaats in die we van hem zijn gewend: de koppositie, weliswaar aan de zijde van Van Aert. In ronde twee ging de tweevoudige wereldkampioen ervandoor. Hij bouwde zijn voorsprong uit van twintig seconden naar één minuut halfweg koers. Tijdens de vierde van de zeven af te leggen omloopjes gooide vader Adrie van der Poel, namens zijn zoon, al figuurlijk de handdoek. Hij moest lijdzaam toezien hoe die – op een parcours dat hijzelf had uitgetekend – knock out werd geslagen. ‘Het is over’, verklaarde hij bij de NOS. Om er later aan toe te voegen: ‘Ik had dit zien aankomen. Na het debacle in Amerika heeft de entourage van Van Aert het over een andere boeg gegooid. Voor hen telde slechts één wedstrijd. Ik troost me met de gedachte dat Mathieu de beste renner van het seizoen was, alleen krijg je daar geen trui voor.’ Het verschil tussen Van Aert en Van der Poel aan de eindstreep was inderdaad gigantisch. Meer zelfs, met een tweede plaats maakte Michaël Vanthourenhout het Belgische feestje compleet.   

De overwinning van Van Aert mag dan wel onverwacht zijn, ze was wel het resultaat van een week keihard werken. Voor de gelegenheid ging hij zelfs nog een keertje op bezoek bij zijn mental coach, Rudy Heylen. Niels Albert: ‘Ik vind het fantastisch wat ik de voorbije drie jaar met deze kerel allemaal heb bereikt. Ons plannetje klopte volledig. Ik hoef maar naar Merlier te kijken en dan weet Tim wat hij moet doen. Met trainer Marc Lamberts hebben wij een schema uitgewerkt dat Wout nauwgezet heeft gevolgd. Zo hebben wij de laatste twee Wereldbekerwedstrijden bewust opgevat als een trainingssessie. Alle lof voor bondscoach Sven Vanthourenhout. Er was aanvankelijk wat kritiek op de selectie maar de keuze voor een jonge kern bleek de juiste. Dit was zijn eerste wereldkampioenschap en hij kan al meteen pronken met drie gouden medailles. Wie doet hem dat na?’

Aert zelf verklaarde echter verbaasd te zijn dat hij zo vlug de wedstrijd in een definitieve plooi kon leggen. ‘Uiteraard had ik me verwacht aan een tweestrijd met Mathieu. In de eerste ronde had ik het trouwens niet echt makkelijk om hem te volgen, maar na een tiental minuten sloeg ik al een definitieve kloof. Van der Poel vond duidelijk zijn ritme niet terwijl ik één van de beste dagen uit mijn carrière beleefde. Een WK blijft bovendien iets speciaal. In zo’n wedstrijd geef je nooit af. Dan blijf je volop gaan. Ik ben het type renner dat – eens hij alleen voorop rijdt – een mentale boost krijgt. Tijdens de vijfde ronde maakte ik weliswaar een klein foutje op het laagste gedeelte van het parcours waardoor ik een halve ronde opnieuw op zoek moest naar het juiste ritme. Gelukkig heb ik daarbij niet teveel tijd verloren. Ik kan het bijna niet geloven. Dit is mijn derde wereldtitel. Daarmee zet ik mij naast kleppers als Mario De Clercq en Erwin Vervecken. Dit is niet alleen mijn verdienste maar van de hele Belgische ploeg. Tijdens de paar dagen die we samen doorbrachten hebben we bijzonder veel gelachen. Ik kijk nu uit naar het wegseizoen. Ik ben benieuwd hoe ik het ervan zal afbrengen in de klassiekers. Nadien zie ik wel hoe ik de volgende veldritcampagne aanpak al is het duidelijk dat ik niet meteen het aantal wedstrijden ga inkrimpen. Dat kan ook moeilijk met de regenboogtrui om de schouders. Dit jaar trad ik bewust zonder ambitie aan in de wedstrijden van de Superprestige en de DVV-trofee maar omdat ik in de Wereldbeker zo’n slechte start nam bleven er uiteindelijk slechts twee doelen over: de twee kampioenen-truien maar laat duidelijk zijn dat het vanaf het volgend seizoen opnieuw anders kan worden.’

MATHIEU VAN DER POEL DREIGT SVEN NYS ACHTERNA TE GAAN

Michael Vanthourenhout, één jaar ouder dan Wout, luisterde aandachtig. ‘Dit was een perfect parcours voor mij. Ik had er echt zin in al zat ik tijdens de laatste ronde volledig kapot. Van Aert was gaan vliegen maar het was uiteindelijk zaak om Van der Poel achter mij te houden. Vandaag was een hoogdag voor heel de ploeg. Deze zilveren medaille betekent voor mij het hoogtepunt van het seizoen. Door mijn knieblessure ben ik een hele tijd niet voluit kunnen gaan. De laatste twee weken lukte dat wel. Het leverde het resultaat op dat we vandaag hebben gezien. Ik hoop volgend seizoen nog iets constanter te zijn al is een vierde plek in de Wereldbeker – toch het belangrijkste klassement van de drie regelmatigheidscriteria– ook niet echt slecht.’

Niettegenstaande er geen twijfel over kan bestaan dat Mathieu van der Poel – met zijn 26 overwinningen – veruit de beste renner van het seizoen is, dreigt de Nederlander in de voetsporen van Nys te treden. Ook voor hem werd de belangrijkste wedstrijd van het jaar vaak een cross van ‘net niet’. Hij verscheen zestien keer aan de start en won ‘slechts’ tweemaal. ‘Ik ga me nu niet meteen aan Sven spiegelen. Vorig jaar bijvoorbeeld hield pech me van de zege. Dit keer heb ik uiteraard niks in te brengen. Wanneer je op 2’30” eindigt dan kan je geen excuses inroepen. Ook niet dat er prestatiedruk was bijvoorbeeld want ik had helemaal geen stress. Ook volgend jaar zal ik een heel crossseizoen lang voluit gaan al plan ik tijdens de zomer een tiental mountainbikewedstrijden.’

Toon Aerts eindigde op een meer dan verdienstelijke vierde plek (‘Ik ben bijzonder teleurgesteld want net als tijdens het BK val ik net naast het podium’). Tim Merlier werd zevende, Laurens Sweeck – die liefst vijfmaal lek reed – achtste en Daan Soete negende. Ietwat verderop vinden we Quinten Hermans terug op een elfde plek. Zeggen dat Sven Vanthourenhout zijn vuurdoop als bondscoach met glans heeft doorstaan is dan ook een understatement. (EM)