Tim De Ridder: ‘In 2022 vind je me niet in het Korea House maar op de Spelen’

WILRIJK – Het zat Tim De Ridder (18) mee vanmiddag. De student biologie aan de UAntwerpen moest net geen cursus volgen toen in Pyeonchang de 12,5 kilometer achtervolging op het programma stond. Wij hadden een afspraak met het grootste Vlaamse biatlontalent in het Korea House in Wilrijk.

Eerste, voordehand-liggende vraag: hoe haalt iemand uit Kontich het in zijn hoofd om aan biatlon te gaan doen? ‘Het antwoord is heel eenvoudig. Mijn moeder, Els Prinsen, heeft  alpineskiën beoefend. Mijn zus en ik hebben dan ook vrij vroeg leren langlaufen. Wanneer je dan merkt dat het goed gaat, wil je meer. Omdat in ons land de biatlonfederatie een stuk verder staat is elke goede Belgische langlaufer in feite ook een biatleet. Het verschil is: in het langlaufen moet je fysiek alles geven, tijdens het biatlon moet je de finesse behouden. Op pure kracht kan je het niet halen. Bovendien moet je je wedstrijden goed weten in te delen.’

Maar hoe kan je je in dit vlakke landje behoorlijk voorbereiden? ‘Tijdens de zomer bouwen we onze conditie op. Dan doen we haast alleen aan duurtrainingen, vijf uur fietsen of zo. Nadien gaan we over op interval- en op krachttrainingen. Nu, ik wil het maken in de sport en dus zal ik vlug moeten kiezen hoe mijn toekomst eruit zal zien. Ik wil sowieso bachelor worden en ben op zoek naar een universiteit waar ik in het Engels kan studeren, want Frans is niet meteen mijn ding. Ik had eigenlijk al gehoopt om nu in Noorwegen te studeren maar daar vroeg men in mei al een afschrift van mijn diploma dat ik op dat moment nog niet op zak had. Later bleek dat ik toch geen kans maakte om te worden aanvaard, dus hebben we alles zomaar gelaten. Nu denk ik eraan om aan de universiteit van Innsbruck te gaan studeren. Een andere mogelijkheid is dat ik toch nog drie jaar in België blijf en daarna voor mijn Masters ga in Zweden.’

Volgens Tim heeft het biatlon in België voldoende toekomst al is er die ene – typisch Belgische? -, rariteit. ‘Je moet achttien zijn om een wapen te mogen kopen, maar vanaf je zestiende mag je ermee schieten. Althans, in Vlaanderen is dat zo. In Wallonië kijkt men één en ander door de vingers. Op het hoogste niveau zijn er toch een tiental landgenoten die een behoorlijk niveau halen. Ikzelf nam twee jaar geleden deel aan de jeugdolympiade in Lillehammer maar was achteraf niet tevreden. Gelukkig heb ik flink wat progressie gemaakt. Eind deze maand is er het jeugd-WK in Estland. Dat is meteen een nieuwe waardemeter. Het feit dat ik met een vaste trainer kan werken, Peter Steffes , – die zelf nog een goed worstelaar is geweest -, heeft er voor gezorgd dat ik ben blijven groeien. Tijdens de examenperiode kende ik een terugval, maar na vorige week heb ik opnieuw mijn normale niveau bereikt. Mijn doel is dan ook om in Peking aan de slag te gaan al zal dat weliswaar in teamverband zijn. Met Michaël Rosch – die verdienstelijk 23ste eindigde in de achtervolging nadat hij als 38ste moest starten – en Florent Claude – die ontgoochelde met een 57ste plek – hebben we twee toppers in huis. In 2022 zal Rösch echter 38 jaar zijn en wellicht afhaken maar tegen dan zullen de Duitstalige Thierry Langer – die nu nog deelneemt aan het langlaufen op de Spelen – en de Luikenaar Tom Lahaye-Gofart (20) voldoende maturiteit hebben. Ik wil dan het vierde lid zijn van het kwartet. Kijk, ze komen over de finish. Zoals verwacht heeft Martin Fourcade het goud gepakt maar ik zou graag in de schoenen van Sebastian Samuelsson staan. Die behaalt zilver zonder dat iemand het had verwacht.’ (EM)    

 

Pin It on Pinterest