Sportartsen niet akkoord met het verplicht dragen van ‘Whoop’

Sporter ondergaat een fietstest bij de sportarts.

Er is opschudding bij Racing Genk. De club wil dat haar spelers een polsband – ‘Whoop’ heet het systeem – dragen die onder meer registreert wanneer ze slapen, zodat voetballers beter uitgerust op training verschijnen. Sommige Genk-voetballers, onder wie Thomas Buffel, vinden Whoop echter een inbreuk op hun privacy omdat de club nu bijvoorbeeld ook kan zien wanneer spelers seks hebben. De club zelf en sportarts Chris Goossens (van KV Oostende), die er donderdagochtend over werd geïnterviewd op Radio 1, verdedigen de polsband. The game is on. Wat denkt de SKA (Sport- en Keuringsartsen) over Whoop?

Whoop is een waterdichte, elastische polsband zonder scherm of lampjes, maar mét een sensor en bijhorend algoritme die op basis van intensieve dataverzameling en -analyse een beeld geeft van wat er gebeurt in het lichaam van een atleet. Dat helpt sporters effectiever te trainen en overtraining te voorkomen. Het systeem werd ontwikkeld in de Verenigde Staten. De eerste Whoop werd in 2015 gelanceerd. Intussen is er een verbeterde versie. LeBron James, Michael Phelps en 23 Rio-atleten maken of maakten er gebruik van.

Training levert enkel duurzame conditiewinst op als je tussen de inspanningen genoeg en goed rust. Whoop helpt daarbij, omdat het systeem spelers en trainers een objectievere kijk geeft op het slaap- en rustpatroon en sporters beter bewust maakt van het belang van recuperatie. Een belangrijk nadeel van Whoop is alvast dat je de batterijstatus niet kunt aflezen en dat sommige sporters (en de privacy-commissie) verplicht gebruik van Whoop als een schending van hun privéleven kunnen beschouwen. Als je na een verre uitwedstrijd ’s nachts thuiskomt en in plaats van te gaan slapen nog op stap gaat, dan ziet Whoop dat. En, inderdaad, als je seks hebt ook.

De wetenschap in het algemeen en de biometrie in het bijzonder hebben de sport al veel diensten bewezen, zowel qua prestaties als wat veilig sporten betreft. Daarom omarmt SKA in principe nieuwe technologie. Whoop lijkt daar op het eerste gezicht een exponent van te zijn, al is het wachten op een degelijke wetenschappelijke studie die deze specifieke app grondig doorlicht op nauwkeurigheid. Wearables zijn big business geworden, en in het verleden zijn er voorbeelden geweest van clubs die zich te snel hebben laten meeslepen door de marketingpraatjes van gadgetverkopers. Volgens de gegevens waarover de SKA beschikt, kan Whoop sporters inderdaad helpen om beter te recupereren van inspanningen en daardoor effectiever te trainen, beter te presteren en het risico op blessures te verlagen. Het klopt ook dat met name jonge, onervaren topsporters extra begeleiding nodig hebben om de zelfdiscipline aan de dag te leggen die je zou verwachten op basis van hun salaris en status. Bovendien kennen ze hun eigen lichaam nog niet zo goed.

Toch moeten clubs volgens de SKA rekening houden met privacy-bezwaren. Spelers die dit systeem niet willen gebruiken, mogen daar niet toe worden verplicht. Clubs die overwegen om ook hun sporters een Whoop te laten dragen, doen er goed aan om dit niet top-down op te leggen, maar hen in te lichten over de voor- en nadelen, te luisteren naar de eventuele bezwaren en pas daarna hun conclusies te trekken. In de mate dat spelers zelf inzien dat een objectieve kijk op slaap en recuperatie meetbare voordelen kan opleveren, zal het systeem letterlijk en figuurlijk beter worden ‘gedragen’. Whoop is een nuttige aanvulling maar geen vervanging van elementaire principes inzake training, voedsel en gezelschap. (EM)