Sandrine Tas: ‘Eerst skeeleren en studeren, later misschien schaatsen’

GENT – Sandrine Tas (22) is onze beste skater. Tijdens de voorbije Wereldspelen behaalde ze éénmaal goud, twee keer zilver en ook nog een bronzen medaille. Voorlopig denkt ze er nog niet aan om de overstap te maken van het skaten (of skeeleren – waarbij men inline-skates gebruikt -) naar het schaatsen, iets wat onze drie vertegenwoordigers op de Olympische Spelen wél hebben gedaan.
Sandrine heeft maandag niet kunnen kijken naar de 500 meter van Mathias Vosté, die als 32ste eindigde in een deelnemersveld van 36. Haar studies voor bio-ingenieur aan de universiteit van Gent primeren. Toch feliciteert zij onze landgenoot. ‘Met zijn 23 jaar is er nog behoorlijk wat groeimarge. Bovendien heeft hij nog maar pas de overstap gezet van de shorttrack naar de lange afstand. Ik vind dat hij trots mag zijn op zijn prestatie.’ We kunnen ons echter niet van de indruk ontdoen dat de aandacht van Sandrine vooral uitgaat naar de prestaties van Peter Michael. De Nieuw-Zeelander werd vierde op de vijf kilometer. ‘Ik bel hem elke dag want wij hebben een relatie. Ik zit trouwens in volle spanning uit te kijken naar de ploegenachtervolging. Met zijn land heeft hij daar de halve finales bereikt, dus de kans dat hij met een medaille naar huis keert – hij verblijft tijdens het seizoen in Duitsland – is reëel. Ook hij doet aan skeeleren. Wij rijden allebei in hetzelfde team maar ik geef toe dat de vonk al eerder is overgeslagen.’
‘De reden dat veel skeeleraars de overstap maken naar het schaatsen is eenvoudig: de ene sport is Olympisch, de andere niet. Eigenlijk ben ikzelf nog niet zo thuis in het schaatsen dus wat ik je kan vertellen is eigenlijk maar ‘van horen zeggen’. Zo is er wel degelijk een verschil in techniek. Het afzetten bijvoorbeeld gebeurt op een totaal andere manier. Bij het schaatsen vecht je een duel uit met één tegenstander, in het skeeleren ga je in groep aan de slag. Dat verklaart waarom men Bart Swings in de massastart – waar er wél een heel peloton tegen mekaar strijdt – de meeste medaillekansen toedicht.’
Sandrine kon bijna vlugger skeeleren dan stappen. ‘Zeg dat wel. Ik zat amper in de tweede kleuterklas toen ik al skates onder mijn voeten kreeg gebonden. Dat komt omdat ik thuis de jongste ben van drie. Dat wil dus zeggen dat ik al achttien jaar met deze sport bezig ben. Voorlopig wil ik nog niet gaan schaatsen. Misschien dat dit verandert binnen twee jaar wanneer ik mijn diploma op zak heb, maar anderzijds heb ik er toch niet zoveel zin in omdat we in België geen enkele lange-afstandsbaan hebben. Het is nu al moeilijk om mijn studies te combineren met mijn trainingen. Daarom rij ik ook niet met de trein van mijn woonplaats Oostende naar Gent, maar met de auto. Anders kan ik nooit op tijd aan mijn training beginnen.’
De media-aandacht voor het schaatsen ligt net iets hoger dan voor het skeeleren maar dat stoort Sandrine niet echt. ‘Dat heeft zowel voor- als nadelen. Wanneer ik eens een slechte dag heb, dan staat dat ’s anderendaags niet in de krant. Nu, ik ben al tevreden met de steun die ik krijg van de universiteit. Zij laten me toe om bepaalde lessen te verplaatsen wanneer ik op stage moet en via hen kan ik ook een onkostenvergoeding aanvragen. Maar denk nu vooral niet dat ik hier rijk van kan worden. Maar ik heb één troost: de schaatsers die op de Spelen actief zijn, zwemmen ook niet meteen in het geld.’ (EM)
Foto Sandrine haar Facebook

Pin It on Pinterest