Ryan Mmaee komt een stapje dichter bij de Rode Duivels, maar wil hij dat wel?

Wat is het voordeel van iemand met een Kameroense vader, een Marokkaanse moeder en die in Geraardsbergen is geboren? Vraag het aan Ryan Mmaee (19): hij kan kiezen tussen drie nationale ploegen. Wat het zal worden weet hij nog altijd niet. Hij speelde één keer een vriendschappelijke wedstrijd met Marokko en werd nu geselecteerd voor de mini-Rode Duivels die vrijdag tegen Zweden en dinsdag 10 oktober in en tegen Cyprus spelen. Maar eerst wacht er de wedstrijd tegen Antwerp.

‘Ik  ben blij dat ik uiteindelijk voor Waasland Beveren heb gekozen. Ik heb het hier naar mijn zin en ben in een goede ploeg terecht gekomen. Noem het maar een familie.’ Mmae behoorde tot de beloften-kern van Standard maar wilde meer. ‘Het is nu niet het moment om jeugdspeler te zijn in Luik. In Beveren verzekerde men mij dat ik matchritme zou opdoen.’ Toch duurde het tot op de voorlaatste dag van de transferperiode vooraleer duidelijk werd waar Ryan zou gaan spelen. ‘Ik las hier en daar dat het over een financiële kwestie ging, maar niets is minder waar. Ik heb samen met mijn manager en mijn moeder pas op het allerlaatste ogenblik een beslissing genomen. Ik kon bij Standard blijven en had, naast Waasland Beveren, nog twee andere aanbiedingen. Uiteindelijk vonden wij dat dit de beste club was om verder te roderen. Het feit dat wij goed draaien zorgt er ook voor dat ik nog geen seconde spijt heb gehad van mijn keuze. Onze resultaten zijn goed, maar het had nog beter gekund. In heel wat wedstrijden hadden wij het geluk niet aan onze zijde maar indien we op dit elan kunnen verder gaan, dan moeten we nog kunnen stijgen in de klassering. Ik ben er vrij gerust op dat onze trainer daar mee zal voor zorgen. Hij is iemand die dicht bij de spelers staat, die enorm veel op ons inpraat ook.’

Het enige waar hij vooralsnog over moet nadenken is de vraag welke nationale ploeg op hem zal mogen rekenen in de toekomst. Hij speelde al een keer een vriendschappelijke interland met Marokko, maar zolang hij geen wedstrijd met inzet afwerkt, kan hij nog kiezen tussen de drie hoger genoemde landen, al is Kameroen geen optie. ‘Ik ben nu opgeroepen voor de Belgische u21 en dat doet altijd veel plezier natuurlijk. De interland met Marokko dateert van september vorig jaar. Ik heb die selectie toen aanvaard omdat ik echt nog niet wist welke kant het zou uitgaan. Ik bekijk dat allemaal rustig.’

Zijn eerste stappen als jong voetballertje zette hij bij Zuun. ‘Mijn vader en moeder hebben elkaar in België leren kennen en zijn na mijn geboorte naar Sint-Pieters-Leeuw verhuisd. Uiteindelijk heeft Standard me ‘ontdekt’ in Gent. Uiteraard heb ik geen seconde getwijfeld toen ik die aanbieding van de Rouches kreeg. We zijn naar Tongeren verhuisd, niet zover van Sclessin dus. Ik ben heel tevreden over de opleiding die ik daar heb genoten. Ik heb er tweemaal een kampioenstitel mogen vieren en heb er heel veel vrienden gemaakt waarmee ik nog steeds contact heb. Ik kreeg er training van onder meer Erik Deflandre en Luigi Pieroni. Dat is altijd leuk. Die mannen hebben zoveel ervaring dat je elke dag iets nieuw leert. Het loopt niet echt goed bij Standard en niemand weet wat er eigenlijk aan de hand is. Als jeugdspeler kwam ik nauwelijks in contact met spelers uit het eerste elftal. Aan het eind gebeurde dat wel meer maar de periode was te kort om een analyse te maken.

‘Uiteindelijk ben ik maar voor enkele maanden uitgeleend aan Waasland Beveren maar ik probeer er wel voor te zorgen dat ik me in de kijker speel. Het liefst ben ik een nummer negen, maar de trainer weet dat ik ook op andere plaatsen inzetbaar ben. Tegen Antwerp verwacht ik dat het een goede wedstrijd wordt. Aan ons zal het niet liggen: wij proberen altijd het spel te maken en pakken zo weinig mogelijk uit met lange ballen. Nooit passen we ons aan de tegenstander aan.’ Zoals elke negentienjarige heeft hij een idool. ‘Het klinkt misschien raar maar ik trek mij op aan een leeftijdsgenoot: Kylian Mbappé. Wij hebben heel wat zaken gemeen: ook zijn vader komt uit Kameroen en hij is door zijn club (Monaco) uitgeleend (aan Paris Saint-Germain). Ik denk dat – wanneer we elkaar eens zouden ontmoeten – we ook dezelfde ideeën zouden hebben over voetbal.’ En op de vraag in ‘welk buitenland’ hij zou willen spelen antwoordt hij door alle competities met naam en faam op te noemen. We houden dan ook alleen maar op zijn eerste keuze: de Premier League.

SELECTIEPROBLEMEN VOOR CLEMENT EN BÖLÖNI

Beide trainers die elkaar zaterdag de hand zullen drukken in een volle Freethiel kampen met selectieproblemen. Alleen, Philippe Clement, heeft spelers op overschot, Laszlo Bölöni komt er te kort. Clement: ‘Indien Roef – die vrijdag voor het eerst trainde – fit geraakt, dan kan ik over mijn ganse kern beschikken.’ Bölöni: ‘Dinsdag speelden we een vriendschappelijke wedstrijd tegen OH Leuven. Uiteraard heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om te experimenteren. Mijn vermoedens werden bevestigd: heel wat spelers zijn nog niet rijp genoeg zijn voor een plaats in de basis. Ik beschik over een kern van 28, maar er zijn er een aantal bij die hier zijn omdat ze zich hebben aangeboden of omdat wij ze hebben gekozen en dat liep niet altijd goed af. Wanneer je vijf spelers koopt en je kan er drie van gebruiken, dan heb je goed gewerkt. Toen ik zei dat ik tegen eind november een type-ploeg wilde hebben, was dat niet zomaar hoor. Ik ben nog altijd op zoek. Ik geef wel toe dat de druk die ik voelde toen ik hier begon niet meer zo hoog ligt dankzij onze goede prestaties.’

Beide trainers willen hun supporters met de twee voeten op de grond houden. Bölöni: ‘Het is plezant om te horen dat Antwerp weer een onderwerp van gesprek is in deze stad maar ik zit lang genoeg in het voetbal om te weten dat hoogtes en laagtes heel dicht bij elkaar liggen. Onze huidige klassering is plezant, maar ook gevaarlijk. Ik denk niet dat die successen er zomaar zijn gekomen. Dat gebeurt dankzij enthousiasme en wanneer je dat hebt kan je bergen verzetten.’ Clement: ‘Onze fans moeten weten dat ze een andere wedstrijd dan tegen Anderlecht te zien zullen krijgen. Ik noem Beveren-Antwerp een confrontatie tussen clashes. Wij spelen dominant en houden de bal op de grond. Antwerp pakt met een strikte mandekking uit en stelt zich volledig af op de tegenstrever. Wij zijn van alle eersteklassers de ploeg die het meest ballen heeft veroverd op de helft van de tegenstander, Antwerp is het team dat de meeste overtredingen maakt op eigen helft. Wij zijn op twee na de ploeg met het meeste balbezit, Antwerp heeft – op één na – het minste de bal en wanneer het gaat over de lengte van de passes staan ze ook nummer twee. Kijk, dat is een voetbalfilosofie zoals een andere maar het is zeker niet de mijne. En dan hoor ik dat ze met Sall alweer een beer tussen de lijnen zullen brengen. Nu, het stoort me niet dat zij zo werken hoor, anders hadden we Tuur Dierckx nooit voor een schappelijke prijs naar hier kunnen halen.’ 

Tekst : Edwin mariën

Foto: Marc Demartin