RAFC – De Tribune van toekomst

Zaterdag 25 november was opnieuw een hoogdag voor “den Antwaarp supporter”. Ghelamco stelt de nieuwe hoofdtribune van Antwerp voor. Het nieuwe bestuur slaagt weeral in zijn opzet. Plannen die in het begin voor velen niet haalbaar leken, blijken nu stuk voor stuk te worden gerealiseerd:

Schuldenlast oplossen: check, eerste klasse halen: check, nieuwe tribune: check. Aan deze stap zijn we nu gekomen. In het fotoboek zie je al wat Ghelamco in 20 weken heeft weten op te zetten. Bouwvakkers werkten met soms wel 500 man tegelijk in shiften om toch wel iets impressionants neer te zetten. Niet alleen de schoonheid en de grootte vallen op, het is duidelijk dat de functionaliteit de bovenhand heeft. De implementatie van catering, Business Seats, glaspartijen, fan-shop, kleedkamers, noem maar op zijn doordacht opgesteld. Het is duidelijk dat er ervaring genoeg bij Ghelamco zit. Zulke investeringen wekken toch ook wat bezorgdheid bij supporters. “Zoveel geld geïnvesteerd, nu zal er eerst wat moeten worden terug verdiend.” Nog voor we die vraag over de toekomst konden stellen, werd de voortzetting van de plannen uit de doeken gedaan: “eerst nog afwerken: parkings, utilitaire ruimtes, e.d. We starten nu ook al aan tribune 4: het onderste gedeelte zal voor het jeugdcomplex worden omgebouwd en bovenin komt er een vernieuwde familietribune. Er komen nog twee nieuwe voetbalvelden, één in kunstgras en één in natuurgras. Het Kwadrogebouw wordt hiervoor afgebroken.” Het is het bestuur ook niet ontgaan dat er nog een grote bezorgdheid leeft bij de supporter. Die moet nu een abonnement kopen voor een heel jaar om wedstrijden bij te wonen op een vaste plaats. Men wil ook eens op een andere tribune zitten of met andere vrienden of familie, of ook met etentje…Ook hiervoor zullen de fans hun abonnement per wedstrijd flexibel kunnen aanpassen of upgraden. Zelfs downgraden wordt mogelijk.

De veelgebruikte term in de media: “opgepast, hier komt den Antwaarp, is nu tastbaar geworden”, we kunnen er niet meer naast.

Verslag : Carl Van Oostveldt