Peter Sagan zet orde op zaken en wint voor de derde maal Gent-Wevelgem

WEVELGEM – ‘Ze’, en ook ‘wij’ hadden Peter Sagan al bijna afgeschreven na zijn mindere prestatie in Harelbeke afgelopen vrijdag. Maar zondag, tussen Deinze en Wevelgem, bleek nogmaals dat de wereldkampioen – ook al kon hij eerder dit seizoen alleen bekoren in Australië en de Tirreno (waar hij wel de duimen moest leggen voor Kittel) – als een duiveltje uit een doosje kan toeslaan. Net als in 2013 als in 2016 had hij de snelste benen. Meteen evenaart de Slovaak Robert Van Eenaeme, Rik Van Looy, Eddy Merckx, Mario Cipollini en Tom Boonen. Het was zijn derde overwinning van het seizoen na de People’s Choice Classic in Adelaide en de vierde etappe van de Tour Down Under.

Pas twee dagen na de feiten werd voor de wielerliefhebbers duidelijk hoezeer ze werden verwend afgelopen vrijdag tijdens de E3 in Harelbeke. Gent-Wevelgem brak pas los tijdens de Plugstreets, ook al lagen die er – net als vorig jaar – droog bij. Klager met dienst was dit keer Jean-Pierre Heynderickx. ‘Mijn ziekenboeg ligt vol’, zuchtte de ploegleider van Team Dimension Data. Ook Jens Keukeleire was nog niet fit genoeg om van start te gaan. Tijdens het eerste wedstrijd-uur werd er, mede dankzij de gunstige weersomstandigheden, stevig gevlamd. Toch slaagden Jose Gonçalves en Brian Van Goethem er na 31 kilometer, op grondgebied Lichtervelde, in om de anderen ter plekke te laten. Even later kregen ze het gezelschap van Frederik Frison, Filippo Ganna, Jimmy Duquennoy en Jan-Willem Van Schip. Na 80 kilometer was de voorsprong al opgelopen tot negen minuten. Maximaal zou ze 10’20” bedragen.

Door het gebrek aan wind was er dit keer van waaiervorming geen sprake. Terpstra ondervond dat het niet alle dagen kermis kan zijn. Tijdens de eerste doortocht op de Kemmelberg, die nochtans langs Belvedère, de minst steile kant, werd beklommen, moest hij lossen uit het peloton. Het zou niet de laatste maal zijn. Ook in deze wedstrijd werd er regelmatig gevallen. Baptiste Planckaert diende afgevoerd naar het ziekenhuis. Alle hoop op enig spektakel was gevestigd op de Plugstreets, die vorig jaar voor het eerst werden ingevoerd. Net als toen lagen ze er droog bij, maar toch zorgden ze ervoor dat de wedstrijd losbarstte. De leiders zagen hun boni zakken tot 3’25” en in de achtergrond waren het de renners van Lotto (vooral Debusschere) en BMC die de achtervolging leidden. Met nog 55 kilometer voor de boeg werd het peloton in drie stukken gesplitst en alweer diende Terpstra, net als Vermote, af te haken.

Merkwaardig voorval op 50 kilometer van de streep toen onder meer Stybar, Modolo, Gallopin en Kung, die nochtans voorin het peloton reden, gewoon in het midden van de straat tegen de grond knalden. Mocht er een prijs voor de ijverigste renner bestaan dan was die ongetwijfeld naar Jelle Wallays gegaan. Onder zijn impuls ontstond er bij de tweede en laatste beklimming van de Kemmel – dit keer langs de ‘moeilijke’ kant – een nieuwe kopgroep, waartoe ook Kuznetsov, Vermote, Van Schip, Van Goethem en Ganna behoorden. In de achtervolging gingen de sterkste renners uit het peloton echter een coalitie aan en in geen tijd veranderde het wedstrijdbeeld met nog iets meer dan twintig kilometer te gaan. De gashendel werd helemaal opengedraaid en Wallays werd er gewoon afgereden. 23 toppers reden aan de leiding. Opvallend: het duo Van Schip-Van Goethem van Roompot, dat bijna een hele wedstrijd in de aanval reed, maakte nog steeds deel uit van de kopgroep. Meer zelfs, het was Van Goethem die het plannetje van Quick Step om voor de twintigste keer dit seizoen met een overwinning aan de haal te gaan, in de kiem smoorde, dit tot grote ergernis van Philippe Gilbert. Sagan liet het niet aan zijn hart komen en gaf aan de linkerkant van de weg volle gas. Viviani moest het uiterste uit de kan halen, diende een achterstand op te halen en haalde ongetwijfeld de hoogste snelheid, maar strandde op de meest ondankbare plaats, waarna hij in tranen uitbarstte. Arnaud Démare werd derde.

‘DIT WAS MIJN MAKKELIJKSTE OVERWINNING VAN DE DRIE’

‘Een sprint is altijd een loterij’, zei de winnaar. ‘Ik besloot om de spurt in te zetten, ook al dacht ik er opeens aan dat dit misschien een beetje te vroeg gebeurde. Toch besloot ik om door te gaan, ook omdat ik Viviani langs de rechterkant voluit zag gaan en tevens merkte dat ook Démare nog gevaarlijk zou komen opzetten. Omdat dit een a-typische Gent-Wevelgem was, waarin er dit keer weinig wind stond, spurtten we uiteindelijk met een grote groep voor de zege. Eigenlijk was dit de makkelijkste overwinning van de drie die ik hier behaalde. Het ging er dit keer minder nerveus aan toe dan anders. Alleen tijdens de tweede beklimming van de Kemmelberg was er een beetje sprake van wat stress. Misschien dat de aanwezigheid van mijn teamgenoot Marcus Burghardt hier niet vreemd aan was. Eerder in de wedstrijd hadden wij al eens overleg gepleegd over de verschillende scenario’s die zich zouden kunnen voordoen en uiteindelijk mag ik hem dankbaar zijn, want hij heeft erg hard voor mij gewerkt.’ Waarom hij teleurstelde in Harelbeke (iets waar hij het overigens niet helemaal mee eens was. ‘Schrijven de kranten dat? Sorry, maar ik lees dat niet.): ‘Na Milaan-Sanremo had ik rust nodig. De voorbije jaren bleef ik gewoon doorkoersen maar telkens had ik het moeilijk in Harelbeke, ook al won ik die wedstrijd één keer. Gent-Wevelgem ligt me beter. Dat heb ik vandaag nogmaals bewezen. Bovendien voelde ik me vrijdag me niet al te goed.’

Ook na de aankomst snikte Viviani nog steeds. ‘Peter Sagan was ons te slim en te snel af. In geen tijd nam hij een voorsprong van tien meter en het was onmogelijk om hem nog bij te halen. Ik had me in het wiel van Démare genesteld maar dat bleek niet de juiste keuze te zijn. Vanmarcke stak immers stokken in de wielen. Ik ben niet meteen ontgoocheld omdat ik verlies, maar omwille van de manier waarop. Dit is de eerste maal dat ik zo dicht bij een grote overwinning stond. ’ Zijn ploegmaat en kopman Philippe Gilbert liep behoorlijk te balen. ‘Dit parcours telt veel te veel smalle banen. De renners van FDJ reden constant vooraan om het tempo naar beneden te halen. Daar werd ik behoorlijk nerveus van. Zij blokkeerden alles waardoor de achteroprijdende renners bijna stil stonden en de boel werd afgesloten. Daardoor reed iedereen op een lint. Ik denk dat ik de eerste 200 kilometer niet in de top 100 heb gereden. Wat ook niet goed is voor deze wedstrijd is dat de laatste hindernis op 35 kilometer van de finish ligt. Ik ga men nu ten volle concentreren op de Ronde al geef ik toe dat ik niet zo sterk ben als vorig jaar maar goed, de voorbije weken hebben wij getoond dat we voldoende potentiële winnaars in onze ploeg hebben.’

Ook Sep Vanmarcke was niet echt gelukkig. ‘De wedstrijd was niet hard genoeg. Zelfs in de heuvelzone werd er niet echt doorgereden. Onderweg heb ik verschillende renners gevraagd om tempo te maken maar ik had de indruk dat er teveel waren die het liever op een sprint zagen aankomen.’

Tekst: Edwin Mariën
Foto’s: Eric T’kindt

 

Pin It on Pinterest