Peter Rotthier: ‘In Calgary moest ik het vliegtuig en mijn verblijf zelf betalen’

WILRIJK – Peter Rotthier was één van onze beste skiërs maar mocht niet naar de Olympische Spelen van 1984 in Sarajevo omdat er anders teveel Vlamingen in het team zouden zitten. Vier jaar later was hij er wel bij in Calgary – in de freestyle-, maar zijn vliegtuigreis en het verblijf moest hij zelf betalen.
Maar eerst blikken we in het Korea House terug op de gebeurtenissen van donderdag. Een catastrofale ochtend voor de Belgische skiërs. Sam Maes eindigde in de eerste run van de slalom als 37ste en viel in de tweede reeks. Kai Alaerts werd al in de eerste ren uitgeschakeld. Erger nog verging het Kim Vanreusel tijdens de afdaling, het eerste deel van de combiné. Na 30 meter kwam ze al ten val. Ze scheurde de voorste kruisbanden, de mediale band en de buitenste meniscus van haar linkerknie. Binnen twee weken wordt ze in ons land geopereerd waarna een revalidatie van vier tot vijf maanden wacht. Had haar val iets te maken met haar overbelaste programma? ‘Dat denk ik niet’, zegt Peter Rottier. ‘Volgens mij had de trainer niet de juiste lijnen uitgezet. Dat merkte ik al tijdens de afdaling. Wanneer je weet dat er al onmiddellijk een bobbel wacht op het parcours dan moet je daar op anticiperen en drie meter hoger mikken. Van alle Belgische skiërs is Kim diegene die het best recupereert, dus volgens mij heeft het niet te maken met haar schema.’ Rotthier kan alleen maar met ons vaststellen dat de Belgische skiërs er niets van bakten in Pyeonchang. ‘Toch vind ik het verantwoord dat we Kim en Sam (Maes) hebben uitgestuurd. Ik geloof in hen. Zij vormen de toekomst maar ze zijn er nog niet. Dat zij dan nu op hun bek gaan is niet abnormaal, maar ook geen ramp. Het zou te gek zijn dat we niet alle plaatsen, die we kregen aangeboden, hadden ingevuld. En je mag je ook niet blind staren op de klassering maar naar de tijd kijken. Kim lag in de slalom twee procent achter op de winnares. Wie van onze mensen in de atletiek kan dat zeggen bijvoorbeeld?’
Peter – die zelf ambities koestert voor een plaats binnen de FIS (Internationale Skifederatie) nu de 84-jarige Zwitser Urs Dietrich er binnenkort opstapt – vindt dat ski wel degelijk een teamsport is, niettegenstaande heel wat mensen er anders over denken. ‘Kijk naar de Oostenrijkers. Die skiën als één ploeg. Ze zorgen ervoor dat er nooit twee landgenoten na elkaar moeten uitkomen, zodat de eerste de tweede kan informeren over de staat van de piste. Zover zouden wij het ook moeten krijgen.’
Rotthier nam in 1988 deel aan de Spelen. In ’84 mocht hij niet van het BOIC. ‘Ricky Mollin was de beste Belgische skiër dus over zijn selectie bestond geen discussie. Ik was nummer twee maar men vond het niet kunnen dat twee Vlamingen zouden gaan dus heeft men de derde uit de klassering, de Waal Pierre Couquelet aangeduid. In 1986 heb ik dan een carrièreswitch gemaakt. Ik besloot om vier maanden te gaan freestyle-skiën in de Verenigde Staten. Toen ik terugkeerde stond ik 32ste op de wereldranglijst. Ik ben blijven groeien en in ’88 behoorde ik tot de wereldtop. Vermits het een demonstratiesport was, gebeurde de selectie door het IOC. Ik moest alles alleen doen. Mijn vliegtuigticket moest ikzelf betalen, het BOIC vond het niet kunnen dat ik mee zou opstappen in de openingsceremonie – een zegen, want ik keek toe vanop de tribunes – en ik mocht niet in het Olympisch dorp logeren. Toen ik bij mijn vertrek de hotelrekening kreeg heb ik die niet betaald. Met mijn negende plaats was ik er de beste Belg maar voor het BOIC was ik een blok aan het been.’ (EM/Foto’s Marc Demartin)

Pin It on Pinterest