Olympische wintersporters zijn veel blessuregevoeliger dan zomeratleten

WILRIJK – Meer dan tien procent van de atleten die deelnamen aan de vorige Olympische Winterspelen hadden af te rekenen met blessures. Dat blijkt uit een studie, die werd uitgevoerd in opdracht van het Internationaal Olympisch Comité. Het is duidelijk dat de ene sport al wat risicovoller is dan de andere. Bijna de helft van de deelnemers in het freestyle-skiën klaagde in Sotchi over één of ander medisch probleem. Aan het andere uiterste vindt men de cross-country-skiërs, die zo goed als allemaal ongehavend uit de strijd kwamen.

Het onderzoek werd op een heel eenvoudige manier uitgevoerd. Aan de medische teams van elk deelnemend land werd een vragenlijst overhandigd. Bovendien werd elke raadpleging die door dokters werd gedaan in het Olympisch dorp nauwkeurig in kaart gebracht. Blessures die werden opgelopen voor aanvang van de Spelen kwamen niet in de lijst voor. Het gaat enkel om verwondingen opgelopen tijdens de duur van de Olympiade op training of in competitieverband.

De Canadese dokter Willem Meeuwisse was één van de onderzoekers. ‘Wat ons het meest opvalt is dat deelnemers aan de Olympische Winterspelen veel meer kans hebben om een blessure op te lopen dan atleten die aantreden tijdens de Zomereditie.’ Dit komt uiteraard omdat de meeste winterdisciplines sneller en hoger gaan. Dit impliceert ook dat de aard van de blessures veel ernstiger zijn dan die van zomersporters. Twaalf procent van de atleten in Sotchi diende een medische behandeling te ondergaan. In Vancouver – vier jaar eerder – was dat nog elf procent. ‘Wanneer we enkel naar de cijfers kijken dan merken we dat die niet echt veel hoger liggen dan tijdens de Zomerspelen in Rio – acht procent – en London – elf procent – maar daar ging het vooral om heel lichte klachten.’

Zoals hoger aangehaald spannen de freestyleskiërs, samen met de snowboarders, de kroon. In die laatste categorie geraakte 37 procent geblesseerd. Op de derde plaats komen de bobsleeërs (achttien procent). ‘De laatste twee Olympische Winterspelen werden in tamelijk gunstige weersomstandigheden afgewerkt. Vooral in het alpijns skiën en het snowboarden kan slecht weer een negatieve rol spelen. In het skiën is het belangrijk dat de ondergrond goed bevroren is. Daar kan te losse sneeuw voor problemen zorgen.’ In Sotchi waren heel wat snowboarders niet te spreken over de aard van het parcours. Wat dat betreft mag men in Pyeongchang op beide oren slapen: het zullen de koudste Spelen worden sinds 1994 in het Noorse Lillehammer. 

Nog een vaststelling: er geraken opvallend meer mannelijke atleten geblesseerd dan vrouwen. Meeuwisse heeft hier een verklaring voor. ‘Zowel in het skiën als in het snowboarden halen de mannen nu éénmaal hogere snelheden dan de vrouwen waardoor men meer kans maakt op breuken bij een val. Wel opmerkelijk: in Sotchi geraakte zeventien van de mannelijke deelnemers aan de slopestyle geblesseerd tegenover meer dan 50 procent van de vrouwen. Dat was dan weer te wijten aan de uitzonderlijk slechte weersomstandigheden waarin die hun competitie moesten afwerken. ‘Om de kans op ernstige letsels te verminderen proberen atleten op het steilste gedeelte van de piste te landen. Vooral schansspringers moeten goed opletten.’ (EM)

Pin It on Pinterest