Minister De Block gaat debat aan over sociale bijdragen van topsporters

BRUSSEL – Parlementslid Roel Deseyn (CD&V) interpelleerde minister Maggie De Block (OpenVLD)  over de sociale bijdrage van topsporters. Een modale werknemer draagt zelf 13,07 procent af op zijn volledige brutoloon. De werkgever doet daar nog eens 35 procent bovenop. Sporters betalen ook 13,07 procent, maar dan wel op een geplafonneerd maandbedrag van 1 163 euro. De clubs dragen op datzelfde maandbedrag 25,43 procent af.      

Deseyn: ‘Verscheidene topvoetballers ontvangen exuberante lonen.  Als men dat even becijfert, dan stelt men vast dat zij soms minder dan één procent van het loon aan de sociale zekerheid betalen. Indien de bijdrage naar bijvoorbeeld tien procent wordt opgetrokken, zullen wij niet van een goede speler plots een slechte speler maken. Het gemiddelde jaarloon in eerste klasse is 337 000 euro. Het komt erop neer dat de belastingbetaler meer dan 120 000 euro per speler sponsort. Gecombineerd met het feit dat een pensioen vanaf het 35ste  levensjaar kan worden opgenomen en met de voordelen voor de clubs, is dat van het goede te veel. Dit krijgt men niet uitgelegd aan de caissière van de supermarkt.’

Minister De Block belooft de zaken te bekijken, maar wijst erop dat net een partijgenoot van Deseyn deze gunstmaatregel in het leven heeft geroepen. ‘Het klopt dat profvoetballers minder socialezekerheidsbijdragen betalen dan vele werkenden. Dat komt omdat de bijdragen worden berekend op een forfaitair bedrag, dat vaak lager ligt dan wat zij verdienen. Het gaat om een regeling van 1977, in het leven geroepen door wijlen Jean-Luc Dehaene (CD&V). Wij kunnen ons inderdaad afvragen of die regeling vandaag nog te verantwoorden is. Het is goed dat daarover een debat op gang komt. Wij moeten er echter wel over waken dat wij het kind niet met het badwater weggooien.’

‘De regeling is er voor alle profsporters, wat erg belangrijk is. Immers, in atletiek bijvoorbeeld zijn de verminderde bijdragen geen luxe. Voor die atleten is de regeling een manier om hun sportcarrière op te starten. Voetballers zijn meer dan goed betaald. Andere  profsporters verdienen veel minder dan wordt gedacht. Wij moeten opletten wat wij doen en alles onderzoeken. Het is immers de bedoeling dat ons land toch atleten telt die dankzij hun statuut van profsporter sociale bescherming kunnen genieten.’

‘De RSZ-korting werd in 1977 ingevoerd, omdat men van mening was – het zijn nu inderdaad andere tijden – dat die maatregel ons land kon helpen om jonge spelers uit de jeugdcategorieën die naar de topsport doorstromen, te kunnen aantrekken. Ik ben dus bereid het debat aan te gaan, zij het niet alleen over de voetballers maar ook over de andere sporters. Het forfaitair bedrag kan worden verhoogd of de regeling kan worden afgeschaft.’

Deseyn is niet helemaal tevreden met het antwoord. ‘De minister zegt dat een faire bijdrage het risico zou inhouden dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Dat moet ze eens zeggen tegen een werknemer met een laag loon die 50 procent wordt belast. Je krijgt het toch niet uitgelegd dat wie het geluk heeft veel te verdienen, bijna niet hoeft bij te dragen, terwijl aan alle anderen een vrij groot bedrag wordt gevraagd. Ik hoop dat er spoedig een wetswijziging komt en er een faire bijdrage wordt opgelegd, niet op een fictief loon dat op één procent van de reële inkomsten is gebaseerd, maar op een bedrag dat dichter bij de werkelijkheid ligt.’ (EM)

Pin It on Pinterest