Matthias Van Beethoven: de vreemde eend in de Zesdaagse-bijt

GENT – Je hebt niet veel vingers nodig om de Antwerpenaren te tellen die dezer dagen actief zijn in het Gentse Kuipke. Bij de profs vind je er zelfs geen enkele. We richtten daarom onze blikken naar Matthias Van Beethoven (22), die actief is in de AVS Cup U23. De geboren Hobokenaar woont in bij zijn ouders in Niel. Zijn vader, Steven, vervulde tot in 2012 verschillende taken bij het toenmalige Beerschot. Matthias is een buitenbeentje omdat hij zich vooral toelegt op het baanwielrennen, iets wat nog zelden gebeurt. Van Beethoven, die een avondopleiding vastgoedmakelaar volgt bij Syntra in Berchem, hoopt het komende seizoen ook op de weg wat meer aan de bak te komen.

Van Beethoven: ‘Ik kreeg de microbe voor de piste te pakken dankzij Wim Beirnaert, die in 2013 als 45-jarige afscheid nam van het wielrennen. Aanvankelijk had ik heel veel angst. Het heeft trouwens een hele tijd geduurd voor ik die heb overwonnen. Toen ik tweedejaarsjunior was kreeg ik de kans om hier in Gent in de Toekomstzesdaagse te starten, al waren er bepaalde personen, waarvan ik de naam liever niet vernoem, die dachten dat ik door de mand zou vallen. Ik moest me eerst bewijzen in de Zesdaagse van Amsterdam. Toen ik daar als derde eindigde kon men niet meer om me heen. In Gent finishte ik uiteindelijk als vierde. Eigenlijk betekende dat het begin van mijn échte carrière. Er is geen betere manier om mij te motiveren dan te beweren dat ik iets niet kan.’

Van Beethoven is momenteel aan zijn vierde seizoen als belofte bezig. ‘Ik slaagde er niet in om mijn pistewerk te combineren met een carrière op de weg. Eigenlijk heb ik dat te laat beseft want nu weet ik dat ook daar mogelijkheden voor mij liggen. Vorig jaar kreeg ik met de nodige pech af te rekenen. Tijdens een training in Gent viel ik op mijn knie. Ik zat meteen een maand lang aan mijn zetel gekluisterd. Ik heb echter teruggevochten. Tot mijn verbazing mocht ik echter niet meetrainen met de nationale selectie. Vraag me niet waarom, want men heeft het me nooit verteld.’

‘Tijdens het wegseizoen slaagde ik er wel in me in de kijker te rijden. In de wedstrijden die ik betwistte reed ik vaak in de aanval en won ik tal van nevenklassementen. Dat was de ploegleiding van Eseg Douai, een team uit Noord-Frankrijk, niet ontgaan. Door in het Zuiden te fietsen kwam ik ook tot de vaststelling dat ik een aardig stukje bergop kan rijden. Niet evident want met mijn 80 kilogram ben ik niet meteen een lichtgewicht.  Misschien heb ik wat teveel op de weg gekoerst.  Ik ben aan de slag geweest tot in oktober, zodat ik me slechts vier weken kon voorbereiden op het pistewerk. Aan de zijde van Arne De Groote, waarvan ik hoop dat het mijn vaste ploegmaat wordt voor het Zesdaagse-werk, won ik afgelopen dinsdag wel de openingsrit hier in Gent, maar eigenlijk ben ik niet in vorm. Om optimaal aan de start te verschijnen heb je in feite zeven weken voorbereiding nodig.’

‘Ik word vaak in Duitsland uitgenodigd waar nu éénmaal veel meer op de piste wordt gereden. De ploeg- en puntenkoers zijn mijn favoriete nummers. Vroeger was dat anders. Dan hield ik meer van achtervolging. Ik weet dat ik ‘geen makkelijke’ ben. Soms kan ik er keihard tegenaan, de andere keer presteer ik dan weer middelmatig. Daardoor is het nog even wachten op die ene grote overwinning. Ik hoop dat die er het komende seizoen aankomt.’ (EM)