Lampaert laat toppers een poepje ruiken in kletsnatte Dwars door Vlaanderen

WAREGEM – Yves Lampaert heeft zichzelf opgevolgd als winnaar van de hertekende Dwars door Vlaanderen. De 26-jarige landbouwerszoon, die makkelijk in de voetsporen van Geert Hoste kan treden, was dol van vreugde in de schaduw van het stadion van Zulte Waregem, waar een regenboog ver te zoeken was. Quick Step Floors behaalde zijn twintigste overwinning van het seizoen. Het was wel de eerste zege van een landgenoot in dienst van het succesvolle team, geleid door Patrick Lefevere.

De 73ste uitgave van Dwars door Vlaanderen werd – net zoals zovele andere wedstrijden dit seizoen – in een nieuw kleedje gestoken. Het is duidelijk dat deze koers, die pas voor de tweede keer het predicaat ‘World Tour’ kreeg opgespeld, in de toekomst met stip zal worden aangeduid door de toprenners. Door de nieuwe plaats op de kalender, tussen twee andere Wereldbekerwedstrijden, Gent-Wevelgem en de Ronde van Vlaanderen, kreeg men zeventien WT-ploegen aan de start. Ook het parcours was gewijzigd én ingekort. Geen sprake meer van de Oude Kwaremont en de Paterberg, wel van een dubbele bekimming van de Kluisberg en drie keer de Knokteberg. De finale, met het Vossenhol, de Holstraat en de Nokereberg – mogen we dat wel een helling noemen? – bleef ongewijzigd.

Niet alle toppers zakten naar Roeselare af. Zo ontbraken Gilbert, Sagan, Nibali en Kwiatkowski. De aanwezigheid van Valverde maakte echter veel goed. Omdat de regen een halfuur voor het vertrek in Roeselare met bakken uit de hemel viel en die stortbui een ganse dag duurde, gaven er verscheidene renners de brui aan, vooral omdat er uiteraard veel werd weggeschoven op het natte wegdek. Oliver Naesen kwam vroeg ten val, reed nog tientallen kilometer verder, maar liet zich uiteindelijk overbrengen naar het ziekenhuis voor een onderzoek aan de knie.

Uiteraard waren alle ogen voor aanvang van de wedstrijd gericht op het zevental van Quick Step en meer bepaald Elia Viviani. De snelle Italiaan hield het voor bekeken met nog 55 kilometer te rijden. Er werd behoorlijk gevlamd en het snelste uurschema van 44 kilometer gerespecteerd. Op de Knokteberg – op 33 kilometer van de streep – trokken twee landgenoten, Tiesj Benoot en Greg Van Avermaet, er vanonder. Vanaf dat moment werd het tempo nog in de hoogte gejaagd. Dertien renners konden de aansluiting bewerkstelligen. Op het Vossenhol in Tiegem kreeg de beslissende ontsnapping vorm. Lampaert, Vanmarcke, Teunissen, Pedersen en Boasson Hagen muisden er vanonder. In geen tijd diepten ze een kloof uit van een halve minuut. Vanmarcke, ijverig als altijd, zag ook nu zijn offensieve acties in de kiem gesmoord. Het was integendeel Lampaert die, op 900 meter van de meet, zijn tijdrijderscapaciteiten – hij werd zowel in 2012 (bij de beloften) als vorig jaar nationaal kampioen in deze discipline – bovenhaalde. Ook dit keer met success.

‘WE WILDEN DE KAART VIANI TREKKEN’
‘Ik wist dat Teunissen de snelste man in de kopgroep was, dus keek ik voortdurend naar hem’, begon Lampaert zijn overwinningsbabbel. Ik begreep dat de anderen me niet meer zouden terugzien indien ik erin zou slagen om tijdens de laatste kilometer een gat te maken. Door de weersomstandigheden was dit een bijzonder zware wedstrijd, die bovendien een hoog niveau haalde. Mede omdat het bleef regenen keken we binnen de ploeg even de kat uit de boom. Het was wel degelijk de bedoeling om de kaart Viviani te trekken. Stybar en Terpstra probeerden dan weer om de race hard te maken. Toen we, na de Kortekeer, onze kopman verloren, bleven we nog met zijn vieren over om de wedstrijd naar onze hand te zetten. Vanaf dan zag ik mijn winstkansen ook groeien. Bij de aanvalspoging van Vanmarcke heb ik dan ook geen moment getwijfeld om achter hem aan te gaan.’ Lampaert is een boerenzoon. De eerste sport die hij beoefende was judo. Elf jaar lang. Toen ging hij koersen want hij wilde de wereld zien. ‘Wellicht heeft het werken op het platteland me gehard en voel ik me daarom in mijn sas bij dit weer.’

‘Hier opnieuw winnen is gewoonweg magnifiek. Het geeft me een supergevoel, vooral omdat er zoveel supporters zijn.’ Lampaert woont immers in Ingelmunster, op zeventien kilometer van Waregem. ‘Misschien was deze overwinning niet echt een verrassing. Ook in Harelbeke en Wevelgem had ik de goede vorm al te pakken.’ Of het taktisch plannetje werd aangepast door de aanwezigheid van Valverde? ‘Kijk, wanneer zo iemand aan de start verschijnt dan weet je dat hij niet komt trainen, ook al liet hij het misschien anders uitschijnen. In ieder geval maakte hij een goede indruk op mij. Toch kon ik vlot met hem meegaan toen hij demarreerde op de Kluisberg. Ik dacht bij mezelf: ‘Verdomme man, je zit hier wel in het wiel van de viervoudige winnaar van Luik-Bastenaken-Luik.’’

Zondag wacht Vlaanderens Mooiste maar wellicht komt Lampaert pas één week later, in de Hel van Noorden, opnieuw aan zijn trekken. ‘Heel de ploeg rijdt sterk. Ik denk dat ik, samen met Terpstra, Gilbert en Stybar, een beschermde rol zal krijgen in de Ronde We moeten ervoor zorgen dat we niet defensief moeten rijden. Je mag er dus gif op innemen dat we ook daar gaan aanvallen. De E3 in Harelbeke was een goede generale repetitie voor zondag, al moet ik toegeven dat ik wat slimmer had moeten zijn. Weet je wat ik een goede zaak vind? Het feit dat elke ploeg dit seizoen maar maximum zeven renners aan de start mag brengen. Hierdoor zijn de wedstrijden harder en aantrekkelijker want iedereen wil zo vlug mogelijk een mannetje voorin hebben.’

Niettegenstaande hij beslag legde op de tweede plaats, was Mike Teunissen niet ontevreden. ‘Tenslotte sta ik niet zoveel op het podium. Toen Lampaert aan de haal ging heb ik even geaarzeld. Ik had vooral schrik van Vanmarcke en Boassen Hagen. Nu, mijn wedstrijd moet nog komen. Ik zou graag eens Parijs-Roubaix winnen. Vier jaar geleden stond ik daar op het hoogste schavotje bij de beloften. Uiteraard zou ik dat graag nog eens overdoen tegen de grote jongens. We hebben een goede ploeg. Met Theuns en Kragh Andersen kan je naar de oorlog trekken.’

Sep Vanmarcke was de derde man op het podium. ‘Eigenlijk voelde ik me niet top. Ik had me wat te dik aangekleed maar kreeg geen kans om kleren uit te schieten want het tempo lag voortdurend enorm hoog. Toen ik demarreerde hoopte ik dat Yves mee zou gaan omdat ik wist dat hij een tweede maal wou winnen en dus mee zou werken. Dat ik het in de Herlegemstraat probeerde was niet toevallig. Ik ken de streek daar als geen ander. Bij de aanval van Lampaert besloot ik om niet mee te springen. Het risico dat ik de anderen zou meesleuren en uiteindelijk vijfde worden, was te groot.’

Tekst: Edwin MARIËN

Pin It on Pinterest