Kans dat er een Olympische schaatsbaan komt in Vlaanderen is bijzonder klein

ANTWERPEN – Tijdens de voorbije Olympische Winterspelen klaagden Belgische (lees: Vlaamse) schaatsers dat zij steeds naar het buitenland moeten uitwijken om zich voor te bereiden op internationale competities vermits er in ons land geen 400 meter-baan is. Volgens minister Philippe Muyters (N-VA) is de kans dat die er zal komen bijzonder klein omdat er geen enkele bouwaanvraag is geweest en de overheid zelf geen initiatieven neemt.

Muyters: ‘We willen vooral vraag-gestuurd zijn en ondersteunen wat er bovenlokaal door samenwerking tussen gemeenten, gemeenten met federaties en gemeenten met sportclubs naar boven komt en waar ze zelf centen in willen stoppen. Wij geven daar 30 procent bijkomende subsidie voor. Als er geen nood is, dan zal er geen gemeentebestuur zijn dat er centen in wil stoppen maar ook geen clubs die er willen in investeren. De markt bepaalt de nood op die manier mee. Ze moeten nog altijd zelf twee derde van de centen vinden.’

Ook voor de bovenlokale sportinfrastructuur is er een beoordelingscommissie. ‘We zorgen ervoor dat daarin expertise zit om de verschillende onderdelen van een aanvraag te bekijken en erover te waken dat de projecten kwaliteitsvol zijn en een bijdrage leveren aan het Vlaams sportlandschap. De score voor het element ‘behoefte’ wordt gegeven op basis van een studie. Daarbovenop nemen we de informatie mee die in de subsidieaanvraag naar voren is gebracht. Dus, een project moet eerst worden ingediend. Als de behoefte groot blijkt, dan is de kans dat dat project wordt geselecteerd om subsidie te krijgen, veel groter. Je zou kunnen zeggen dat zo’n 400 meterschaatsbaan topsportinfrastructuur is. Het decreet werkt ook daar vraag-gestuurd. Er wordt tevens gekeken naar het Topsportactieplan IV en dus naar de ontwikkeling, prestatiemogelijkheden en programma’s van de topsportfederaties waarvoor die infrastructuur is bedoeld. Wanneer we twee goede sporters hebben in een bepaalde discipline, dan moeten we niet meteen zorgen voor die topsportinfrastructuur. Dat is altijd een afweging.’

‘We hebben gekozen voor het campusmodel. We willen dus de combinatie maken van topsportinfrastructuur met –  als het  kan – de topsportscholen maar ook met universiteiten of wetenschappelijke onderzoekscentra. Ik heb onlangs in Gent de nieuwe topsportgymnastiekhal geopend. Daarin zijn finesses gebracht zoals camera’s die de oefeningen van de gymnasten filmen. Een halve minuut erna kunnen ze die beelden bekijken. De wetenschappelijke finesses die een universiteit daarin kan brengen, zijn belangrijk. We kunnen geen topsportschaatsbaan hier hebben en iets anders ginder: die expertise moet bij elkaar worden gebracht. Is er voor mij plaats voor een 400 meterschaatsbaan? Dat zou dan in een van onze drie campusmodellen moeten zijn en het moet vraag-gestuurd gebeuren. Tijdens de vorige legislatuur hebben we tien miljoen aan topsportinfrastructuur ingezet voor een olympiade. Nu is dat decretaal bepaald. We hebben  25 miljoen kunnen realiseren omdat de stad Antwerpen, de KU Leuven en de federaties meededen. Een laatste manier van investeren is via de eigen centra van Sport Vlaanderen. Ik heb gevraagd om een evaluatie en een visieoefening te maken. Die is gebeurd. Als we een sportcentrum willen houden, dan moet dat top zijn om een of andere reden. De evaluatie loopt waarbij wordt gekeken wat we waar kunnen realiseren, waar er vraag naar is en wat verantwoord is voor Sport Vlaanderen om te organiseren, eventueel met co-financiers.’ (EM)

 

Pin It on Pinterest