Joeri Duquevy: ‘Ik had niet verwacht dat ik een basisplaats zou krijgen’

Joeri Duquévy is al een ‘ancien’ bij Antwerp FC. Hij voetbalt er sinds 2015. Vorig jaar speelde hij een belangrijke rol in de finalewedstrijden tegen Roeselare, die de Great Old naar 1A loodsten. Daar wacht zondagavond een taaie tegenstander: Zulte Waregem. Het wordt een belangrijke wedstrijd want winst of verlies kunnen een hemel van verschil maken. Bij een overwinning kan Antwerp zelfs oprukken naar de derde plek, in geval van verlies zakt het mogelijk weg naar plaats acht.

‘Alles loopt momenteel perfect’, trapt Duquévy een open deur in. ‘We staan toch maar mooi zesde. Wie had dat gedacht van een ploeg die vorig jaar nog in 1B speelde?’ Heel wat Lierse-supporters claimen de titel. Toevallig een club waar onze gesprekspartner twee jaar speelde. ‘Lierse is nooit een stabiele vereniging geweest. Dat was ook niet toen ik er speelde (2010-2012). Pas op, er lopen daar een paar toffe kerels rond, waarmee ik nog regelmatig contact heb. Ik denk dan aan Roel (Rymen) bijvoorbeeld. Antwerp is ook geen gewone club hé. Ik kies er de moeilijke uit heb ik de indruk. Maar ik voel me hier erg op mijn gemak. Ik kijk al uit naar november, het tijdstip waarop ons stadion volledig zal zijn afgewerkt.’

Duquévy doorliep de jeugdrangen van Anderlecht. Velen zullen verbaasd zijn over de carrière die hij heeft opgebouwd want Joeri leefde niet echt voor zijn sport, om het zacht uit te drukken. ‘Laat ons zeggen dat ik een moeilijk karakter had. Wanneer ik op de bank zat, dan kreeg ik het lastig. Nu heb ik een stabieler leven. De komst van mijn vriendin zeven jaar geleden heeft me zeker geen slecht gedaan, integendeel. Ondertussen voel ik me ook goed in het Antwerpse. Ik ben overigens net verhuisd naar Brasschaat.’

Hij begint te puffen wanneer we de naam van zijn trainer uitspreken. ‘Man, die trainingen van Laszlo Bölöni: dat het ik nog nooit meegemaakt. Tijdens de voorbereiding dacht ik: ‘OK, die laat ons hier afzien als een beest maar straks begint de competitie en dan zal het wel wat kalmer aan gaan’. Mis poes. Gisteren (woensdag) speelden we een pittig matchke met elf tegen elf van twee keer twintig minuten en nadien moesten we volle bak gaan tijdens spurtoefeningen: acht keer 100 meter sprint, achter elkaar. Vandaag deden we dan gelukkig voetbaltennis, zodat we wat konden recupereren. Ik ken maar één iemand wiens trainingen que intensiteit een beetje in de buurt kwamen: Aimé Anthuenis.’

Duquévy mag wekelijks rekenen op een vaste plek in de basis. ‘Dat had ik niet verwacht. Tijdens de voorbereidingswedstrijden kwam ik amper aan spelen toe. En Bölöni is nu niet de man die veel uitleg verschaft. Ik heb één keer persoonlijk met hem gesproken en dat ging toen helemaal niet over voetbal. Toen de competitie begon maakte ik een goede indruk en dwong ik mijn plaats af. We zien wel wat het wordt. Voor hetzelfde geld koopt Antwerp tijdens de winterstop vijftien nieuwe spelers en kan ik mijn contract van twee jaar verscheuren. Sowieso kan ik terug naar Roeselare, zeker nu Vanderbiest daar werkt. Ik heb nog met Fredje gespeeld. Maar versta me niet verkeerd, ik ben nog maar 29, ik wil op het hoogste niveau blijven spelen en het liefst bij Antwerp.’ Hij baalt van de kritiek op het ‘realistische’ voetbal dat rood-wit predikt. ‘Wanneer mensen dat niet graag zien moeten ze maar naar een andere ploeg gaan kijken. Bij ons zit het stadion toch altijd vol. Play-off I zullen we allicht niet halen al weet je natuurlijk nooit. Kijk maar naar Charleroi.’ (EM)