Het Standard-verleden van Luciano D’Onofrio en Laszlo Bölöni

Voor een resem spelers en een deel uit de entourage van Antwerp wordt het morgen donderdag een hele speciale wedstrijd. Standard zakt immers af naar de Bosuil en heel wat onder hen hebben een verleden bij de Rouches. Belichten we even de Luikse periode van sterke man Luciano D’Onofrio en trainer Laszlo Bölöni.

 

Luciano D’Onofrio groeide op in Luik als zoon van Italiaanse immigranten. Na een niet al te succesvolle loopbaan als profvoetballer ging hij het clubmanagement in. Eerst bij Inter Milaan, later bij Porto, waar hij opklom tot directeur. Daarna werkte hij als spelersmakelaar en zaakwaarnemer, onder meer voor Zinedine Zidane. In 1998 werd hij op vraag van André Duchêne de grote man achter de schermen van het nieuwe Standard. Officieel stond hij nog altijd als makelaar geregistreerd, waardoor hij niet in het organigram van de club kon worden opgenomen. Zijn vriend Robert Louis-Dreyfus stond in voor de officiële investeringen, maar men kon vermoeden dat ook d’Onofrio zelf kapitaal in de club had geïnvesteerd. In 2004 schortte de Italiaanse Belg zijn makelaarsactiviteiten ‘officieel’ op en werd hij vicevoorzitter van de club. Onder zijn toezicht nam Standard terug een plaats aan de Belgische top in en veroverde het in 2008 zijn eerste landstitel in 25 jaar. Een jaar later speelden de Rouches opnieuw kampioen, onder Bölöni. Zijn broer Dominique D’Onofrio werd na de Roemeen trainer en later ook technisch directeur. In 2011 stapte Luciano D’Onofrio uit het bestuur van de club. Roland Duchâtelet werd de nieuwe voorzitter. Tijdens die periode, in 2007, werd hij veroordeeld tot twee jaar cel, een geldboete en een tijdelijk beroepsverbod in Frankrijk wegens fraude met transfers tussen Standard en Olympique Marseille. 

Laszlo Bölöni werd in 2008 de opvolger van hoofdcoach Michel Preud’homme. Bölöni slaagde er met een op papier zwakkere kern toch in om net als z’n voorganger kampioen te spelen en werd uitgeroepen tot trainer van het jaar. Europees deed Standard van zich spreken met knappe prestaties tegen onder meer Liverpool, Everton, Sevilla en Sampdoria. Bölöni, niet de beste vriend van de journalisten, pakte uit met straffe uitspraken en opmerkelijke acties. Tijdens het seizoen 2008-2009 werd hij in de wedstrijd op Club Brugge naar de tribune verwezen. Hij nam plaats in een supporters-vak van de tegenstander, met een blauwzwarte sjaal. Het daaropvolgende seizoen kwam Bölöni in conflict met Pierre François, de directeur van Standard. Bölöni vond dat het beter was dat Axel Witsel, die regelmatig tegen een gele of rode kaart aanliep, zou worden verkocht. François was een andere mening toegedaan. Vervolgens werd Olivier Dacourt naar Standard gehaald als vervanger voor Steven Defour. Maar de Franse speler stapte na enkele maanden op en liet  weten dat Bölöni geen goede trainer was. Een dag later nam Bölöni samen met zijn assistent Joaquim Preto ontslag bij de Rouches. Enkele weken later moest hij zich verantwoorden bij de KBVB. Böllöni had namelijk een controleur van de Vlaamse Gemeenschap verhinderd om een dopingcontrole uit te voeren. Hij beweerde dat hij niet wist dat de man een dopingcontroleur was. De Belgische Voetbalbond besloot uiteindelijk om hem niet te vervolgen.

Tekst: Edwin Mariën
Foto’s: Marc Demartin