Geen spoor van ziektekiemen bij Mathieu Van Der Poel

HEUSDEN-ZOLDER –  Mathieu van der Poel heeft in Heusden-Zolder zijn negentiende overwinning van het seizoen geboekt. De jonge Nederlander was een klasse sterker dan Laurens Sweeck, die in allerlaatste instantie nog Wout van Aert achter zich liet. De omloop van Terlaemen staat al jaren op de WB-kalender. Dankzij deze overwinning brengt Van Der Poel in de strijd tussen Nederland en België, voor wat het aantal zeges betreft op Limburgse bodem de stand op 6-5 in het voordeel van Oranje.  

Mathieu van der Poel – die in Namen blijkbaar niet op zijn waarde, maar door ziektekiemen werd geklopt – zette op en rond het autocircuit de puntjes opnieuw op de ‘i’. Dit keer ging hij niet als een bezetene van start. In de eerste ronde konden Wout Van Aert, Lars van der Haar en zowaar diens ploegmaat bij Fidea ,Daan Soete, zijn tempo volgen. Na één ronde leek alles weer in de vertrouwde plooi te vallen. Het duo Van der Poel-Van Aert schudde aan de boom. Even later liep de wereldkampioen zowaar drie seconden uit op zijn zwaarste opponent. Het duo Van der Haar-Soete volgde op negentien tellen en wist meteen hoe laat het was.

Op kousenvoeten kwam Laurens Sweeck vanuit de achtergrond opduiken. In de derde ronde sloot hij aan bij het achtervolgend duo. Meer zelfs. Uiteindelijk zou hij nog tot bij Van Aert geraken en hem zelfs kloppen in de spurt voor de tweede plaats. Hoeft het gezegd dat Van der Poel ondertussen al lang het hazenpad had gekozen? De vierde ronde maalde hij af in 6’46”, tegen een snelheid van 28 kilometer per uur. Kortom, het werd gewoon één langgerekte tijdritrace voor de Nederbelg die aan het eind van de rit 33 seconden overhield op het duo Sweeck-Van Aert. Van der Poel had genoeg tijd om nog even met een ‘Saganneke’ – een wheelie – uit te pakken. Indien hij de volgende weken geen onvoorziene averij oploopt, dan kan de overwinning in de Wereldbeker, met alleen nog crossen in het Franse Nommay en het Nederlandse Hoogerheide op het programma, hem niet ontglippen. ‘Het ziet er inderdaad goed uit. Indien ik tijdens die laatste twee crossen mijn normaal niveau haal, dan is de eindoverwinning een feit’, klonk het koeltjes.

‘Dit is een omloop die me wel ligt’, declameerde Van der Poel na afloop. Nochtans blijkt dat niet meteen uit de resultaten die hij hier in het verleden liet optekenen. In 2015 won hij er al wel maar toen bleek dat Van Aert te kampen had met ziekte. Tijdens het WK één maand later én  vorig jaar stond Wout echter op het hoogste schavotje. ‘In het begin van de wedstrijd heb ik heel hard afgezien’, beweerde VDP. ‘Toen moest ik redelijk diep gaan. Ik had dan ook de indruk dat Van Aert tijdens de eerste twee ronden veel beter reed dan ik. Ik had het echt moeilijk om hem te volgen. Uiteindelijk had ik niet verwacht dat het allemaal zo vlotjes zou verlopen, ook omdat ik op de trap een knieval hadden moeten doen.’

OP WEG NAAR 30 OVERWINNINGEN?

Wat een contrast met de vorige Wereldbekercross in Namen toen de hergeboorte van Van Aert bijna met doopsuiker werd gevierd. Het snoeiharde tempo dat Van der Poel er in Zolder op nahield, had hij in de hoofdstad van Wallonië nooit kunnen ontplooien. ‘De omlopen zijn totaal verschillend. Eerlijk? Ik was met twijfels naar hier afgezakt. Toen ik de beginfase van de wedstrijd dan ook nog lichtjes ten val kwam, vreesde ik het ergste. In Namen had ik gehoopt om beter voor de dag te komen. Dat ik er te kampen had met een verkoudheid is bijkomstig. Het is pas tijdens de dagen nadien dat ik echt ziek ben geworden waardoor ik Sint-Niklaas aan mijn neus voorbij heb laten gaan. Veel mensen zullen misschien denken dat ik geen zin had om daar te rijden maar dat is zeker niet waar. Ik had er graag gestart, maar ik voelde dat het niet ging. Achteraf was dat de juiste beslissing. Vandaag heb ik tijdens de derde ronde eens uitgetest hoe diep ik wel kon gaan. Vanaf dan heb ik er een constant tempo op nagehouden. Dat ik uiteindelijk meer dan een halve minuut voorsprong zou overhouden had ik niet verwacht. Al van bij de start was ik na aan het denken hoe ik het zou aanpakken in een spurt met twee in die lange strook richting aankomstlijn. Rekening houdend met de scenario’s van de andere wedstrijden dacht ik er toen geen seconde aan dat ik hier met voorsprong zou finishen. Deze prestatie plaats ik bij mijn drie mooiste zeges van het seizoen.’ Of hij een doel voor ogen heeft wat het aantal overwinningen betreft dit jaar? ‘Niet echt.’ En dan, na een stilte van een vijftal seconden: ‘Al zou het wel mooi zijn indien ik er 30 zou behalen.’ Het lokte meteen gelach uit bij zijn twee tafelgenoten Wout Van Aert en Laurens Sweeck. ‘Ik zeg zomaar wat. Voor hetzelfde geld sukkel ik opnieuw in een periode waarbij het wat minder gaat of ik ziek word.’

Nog negentien dagen en het Belgisch kampioenschap wordt gereden in Koksijde en kijk wie we daar hebben: Laurens Sweeck. ‘Mijn goede prestatie hier heeft niks te maken met een opbouw naar de titelstrijd. Ik was gewoon een aantal weekends in minder goede doen. Hoe dat kwam? Als ik het wist, dan zou ik het zeggen. Misschien was de maand oktober wat te zwaar. Anderzijds heb ik op Mallorca goed kunnen trainen. Natuurlijk is het meegenomen dat ik nu, met het Belgisch en wereldkampioenschap in zicht, opnieuw beter presteer. Want een titel win je zomaar niet. De aanloopperiode ernaartoe is bijzonder belangrijk. Nu, ik heb het vandaag niet cadeau gekregen hoor. Het heeft lang geduurd vooraleer ik Wout te pakken had. Op het einde maakte hij een fout waardoor ik bijna zeker was van de tweede plaats maar uiteindelijk was het verschil nog bijzonder nipt.’

Wanneer Van Aert wint – zoals Namen – dan noemt men Van der Poel de verliezer van de dag en omgekeerd. ‘Een cross is gewoon de weerspiegeling van de vorm van het moment’, vond de man uit Lille. ‘Nochtans  had ik een heel goed gevoel. Ik begon prima aan de wedstrijd, maar vanaf het moment dat ik  alleen kwam te staan, werd het een stuk moeilijker. Pas dan blijkt pas hoe lastig dit parcours wel is. Ik draaide mijn benen minder goed rond dan in Namen. Dat was duidelijk. Misschien dat de Kerstperiode er wel voor iets tussen zat. Normaal werk je tijdens de week naar de twee crossen tijdens het weekend toe. Nu ligt je trainingsschema helemaal door elkaar. Vandaag werd er gefietst, donderdag, vrijdag en maandag opnieuw: zo kan je geen automatismen kweken. Toch zit ik nu niet in de put. Al die euforie na vorige week op de Citadel is niet meteen in rook opgegaan. Ik denk dat je dat ook aan mij ziet. Ik zal deze nederlaag veel vlugger kunnen verwerken dan tijdens de eerste helft van het seizoen. Ik heb er ook geen probleem mee om de meerdere te erkennen in Mathieu. Vanaf het moment dat hij alleen voorop reed was er geen houden meer aan. Nu goed, tijdens deze periode zijn er nog crossen genoeg om één en ander recht te trekken.’  Van der Poel won nu vijf van de zeven wereldbekermanches: Iowa, Waterloo, Koksijde, Bogense en Heusden-Zolder. De andere twee (Zeven en Namen) gingen naar Van Aert.

Bij de vrouwen maakte Sanne Cant haar favorietenrol waar. De wereldkampioene versloeg na een spannende cross Katie Compton en Eva Lechner. Voor Cant was het meteen de 100ste zege uit haar carrière. Eli Iserbyt moest bij de beloften zijn meerdere erkennen in het Britse toptalent Tom Pidcock, die meteen zeker is van de eindzege in de Wereldbeker. Derde werd wereldkampioen Joris Nieuwenhuis. De Tsjech Tomas Kopecky reed bij de junioren zowat bijna heel de wedstrijd alleen voorop. Jarno Bellens en Niels Vandeputte zagen hem pas terug op het podium. (EM)