Bölöni hoopt dit keer niet met een blauwzwarte sjaal in de tribune te zitten

WOMMELGEM – Antwerp staat voor een – naar voetbalnormen – goedgevulde werkweek. Morgen zondag reist de Great Old naar Club Brugge, donderdag wacht een thuiswedstrijd tegen Standard en volgende week zondag een trip naar Moeskroen. De partij tegen de leider uit het klassement is de meest interessante: de ploeg met het stamnummer één en de nummer drie in de klassering, gaat op bezoek bij de club met stamnummer één en eerste in de stand. Trainer Laszlo Bölöni laat zich niet uit zijn lood slaan. Tijdens zijn wekelijks perspraatje, op het oefencomplex in Wommelgem, was het vooral lachen geblazen.

Of hij blij was met deze Engelse week? ‘Natuurlijk. Voor mij mag het programma nog meer belastend zijn. Ik had gehoopt dat we ook nog Champions League hadden moeten spelen.’ Wat hij van Club Brugge verwacht? ‘Ik hoop dat ze zwak spelen.’ En op de kritiek van de verslaggever van ‘Vier’ dat het toch onuitgegeven is dat een keeper als Bolat zelfs bij een 3-0 voorsprong tijd wint? ‘Ga met mij van Antwerpen naar Brussel, dan naar Luik, Soedi-Arabië, de Verenigde Staten, China of waar dan ook: overal doen keepers dat.’

Gelukkig werd er af en toe ook nog ‘echt’ over voetbal gepraat. ‘Langzaam maar zeker komen we in een situatie terecht waarop we een match kunnen beheersen en ons minder moeten aanpassen aan de tegenstander. Ik hou van een bepaalde speelstijl. Ik weet dat velen het daar niet mee eens zijn, maar dat is hun zaak. Tegen Zulte Waregem liep het niet onaardig. Ik ga dan ook niet alles veranderen omdat we nu tegen Club Brugge, dé ploeg van het moment, moeten spelen.’

Antwerp staat ook maar lekker in de top drie. ‘Ach, de rangschikking verandert van speeldag tot speeldag. Wat mij betreft zitten we nu nog in het begin van het kampioenschap. Er zijn amper tien wedstrijden gespeeld. Ik heb me laten vertellen dat we nog twaalf punten nodig hebben om zeker te zijn dat we in de hoogste klasse blijven. Dat was en is mijn eerste objectief. Nadien zien we wel. Ik weet dat ik heb gezegd dat mijn ploeg er tegen november moest staan, maar anderzijds blijf je toch voortdurend voortwerken. Misschien heb ik me wel vergist toen ik die datum uitsprak?’

‘Club Brugge is een fysiek sterke ploeg en heeft heel wat kwalitatief hoog aangeschreven spelers. Ietwat téveel naar mijn zin. Ik ben ervan overtuigd dat zij niet zullen wegzakken uit de kop van het klassement. Anderzijds merk je dat teams als Anderlecht en Standard stilaan aan het wakker worden zijn. Dat de wedstrijd voor onze supporters tegen Club Brugge dé wedstrijd van het jaar is? Dat wist ik niet. Ach, weet je, België is zo klein dat je eigenlijk elke week een derby speelt. Als speler hou je van zo’n topwedstrijden hoor. Het geeft je extra energie, er is meer belangstelling van de media, de tribunes zitten vol,… Goede spelers maken van de gelegenheid gebruik om zich in de kijker te spelen. Ikzelf probeer me daar eerder voor af te sluiten.

In 2008 haalde Bölöni – als trainer van Standard – het nieuws nadat hij tijdens de rust van de topper op Club Brugge door de scheidsrechter naar de tribune was verwezen. De Roemeen liet het niet aan zijn hart komen. Hij nam plaats tussen de supporters van de tegenstander en droeg zelfs een blauwzwarte sjaal. ‘Ik denk dat ik die ergens nog heb liggen’, probeert hij zich ter herinneren. (EM)