Arnaud Démare onklopbaar in de schaduw van het Koning Boudewijnstadion

HEIZEL – Usain Bolt was er vrijdag niet bij tijdens de Memorial Van Damme in het Koning Boudewijnstadion. Geen pijl en boog dus voor de 40 000 aanwezigen. Die kregen de wielerliefhebbers de dag later wel te zien in de Brussels Cycling Classic, de oude Parijs-Brussel zeg maar, die sinds enkele jaren eindigt op de Houba de Strooperlaan. Frans kampioen Arnaud Démare – goed voor een ritzege in de etappe naar Vittel in de Tour maar na rit negen toegekomen na de tijdslimiet – koos de rechterkant van de brede weg. Hij hoefde de anderen niet uit zijn wielen te spurten, want die waren elk spoor bijster.

Vijf renners verkozen om de dertien hellingen samen te beklimmen:  Dimitri Peyskens (WB Veranclassic Aqua Protect), Brian van Goethem (Roompot-Nederlandse Loterij), Patryk Stosz (CCC Sprandi Polkowice), Sander Cordeel (Vérandas Willems-Crelan) en Stepan Kurianov (Gazprom-Rusvelo). Eerst sloot Brändle zich bij de koplopers aan, zodat uiteindelijk een leidende groep ontstond van vijftien renners, waaronder Tiesj Benoot en Sean de Bie. In de achtergrond haakte één van de topfavorieten, Marcel Kittel, af op de Rue d’Ittre. Later zou ook een andere snelle kerel, Nacer Bouhanni, het voor bekeken houden. Op tien kilometer voor de streep trok voormalig uurrecordhouder Matthias Brändle ervandoor. Bij het ingaan van de laatste rechte lijn, op een dikke kilometer van de meet, werd hij echter ingelopen. Démare haalde het uiteindelijk in de massaspurt voor de Sloveen Marko Klump en André Greipel.

Met Démare krijgt Tom Boonen een waardige opvolger op de erelijst. De man rijdt al zijn hele wielerleven lang voor FDJ (‘In 2011 was Parijs-Brussel mijn tweede wedstrijd als stagiair’) en schreef vorig jaar Milaan-Sanremo op zijn naam. De manier waarop deed toen vragen rijzen. Met name Nacer Bouhanni beweerde dat Démare kilometerslang aan de klink van een wagen had gehangen. Niet onbelangrijk: Bouhanni was ploegmaat van Démare tot in 2015, toen hij de overstap maakte naar Cofidis en Démare tot dé topspurter van FDJ werd uitgeroepen. Op de Heizelvlakte behaalde hij zijn tiende zege van het wielerjaar en daar houdt hij het bij. ‘Het is goed geweest. Na mijn ritzege in de Tour was het wachten tot vandaag vooraleer ik mijn tweede overwinning in de tricoloretrui kon behalen. Ik reis nog wel af naar Canada voor de wedstrijden in Montréal en Quebec, maar veel hoef je daar niet meer van mij te verwachten.’ In ons land was Démare dit seizoen ook al de snelste in Halle-Ingooigem en in Mechelen, maar zeges in criteriums worden nu éénmaal niet opgenomen in de zegelijsten. ‘Ik ben content met wat mijn ploegmaats hebben laten zien. Ik ben vooral blij voor Marc Sarreau. Die heeft zich al een heel seizoen lang weggecijferd voor mij. Ik hoop dat hij voor eind oktober ook eens een koers kan winnen. Met een zesde plaats in Milaan-Sanremo en in Parijs-Roubaix kan ik niet ontevreden zijn. Een podiumplek na één van die klassiekers of in de Ronde van Vlaanderen moet kunnen. Ik ben tenslotte nog maar 26 en jongens als een Van Avermaet en Gilbert hebben toch ook pas op latere leeftijd hun absolute top bereikt. Wedstrijden zoals die van vandaag liggen me het best, wanneer de aankomstlijn  ‘vals plat’ is.’ André Greipel greep naast een derde overwinning in de Brussels Cycling Classic. ‘Op het rondpunt op twee kilometer van het einde zat ik nog in 30ste positie. Jasper De Buyst heeft me nog wel naar voor geloodst maar het kalf was toen al verdronken. Met Démare heeft de beste renner uit de wedstrijd gewonnen.’ 

Reportage – Edwin Mariën

Pin It on Pinterest